Categorie archieven: In het nieuws

Bruggen bouwen tussen mbo en hbo

Voor het derde jaar op rij konden mbo-studenten bij de faculteit Educatie van de Hogeschool Leiden het excellentietraject doorstroom mbo-hbo volgen. Ter afsluiting ontvingen 21 studenten van mboRijnland tijdens een feestelijke bijeenkomst hun certificaat.

De studenten van mboRijnland werden allemaal persoonlijk toegesproken door docenten Loreen Filemon en Stefan Stoeken. Zij hebben de lessen verzorgd. Sommige studenten gaan na het afronden van hun mbo-opleiding de overstap maken naar een hbo-opleiding bij Hogeschool Leiden. De opleidingen Pabo, Sociaal Werk en de specialisatie Jeugd in Onderwijs passeerden de revue.

“Het doel van de module was het bouwen van een brug tussen het mbo en het hbo. Zo te zien is dat gelukt!”
Cristina Tanasa (mboRijnland) | coördinator van het excellentietraject

Doorstroom mbo-hbo
De doorstroommodule is in het leven geroepen omdat mbo-studenten wel eens de overstap willen maken naar het hbo, maar soms de hbo-studievaardigheden missen. Het doel is om de studenten een reëel beeld te geven van wat er van ze verwacht wordt bij een hbo-opleiding en hoe ze zich daar goed op kunnen voorbereiden. Ook onderzoeken de studenten welke hbo-opleiding het beste bij hen past. Er is daarnaast aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en vaardigheden zoals presenteren en studeren.

Studieoriëntatie op de Leidse grachten.

Studenten van de Kansklas Zoetermeer oriënteren zich op een opleiding op de Leidse wateren. Met de vrijwillige medewerking van rederij Bootjes & Broodjes en tussen de vele regenbuien door, wordt 20 februari een unieke middag voor de studenten.

Eigenaar en oprichter Tinus vertelt over de uitdagingen van het opzetten van een eigen onderneming. Enthousiasme en het volgen van je passie, naast hard werken, zijn belangrijke vereisten, legt hij uit.

De oriënterende studenten, leren hoe ze een eigen onderneming kunnen opzetten. Daarin is voldoende interesse, een aantal van hen heeft plannen om zelf een bedrijfje op te zetten. Er is genoeg ruimte voor vragen over dit onderwerp en die zijn er ook; “Hoeveel startkapitaal heb je nodig?”, “Hoeveel kost zo’n boot!” en “Heb je veel concurrentie?”, “Welke opleiding heb je hier voor nodig?”, om er een aantal aan te halen. De studenten worden bediend met uit de praktijk genomen antwoorden.

Ook ervaren de studenten dat het nuttig kan zijn in hun oriëntatie, om verder te kijken dan de informatie die ze hebben. De boot waarin het gesprek plaatsvindt, is het tastbare bewijs. Out of the box denken. Er zijn misschien meer mogelijkheden wat betreft opleiding en werk dan jullie weten”, vat Tinus samen.

Na deze op de praktijk gerichte les, is het tijd om te gaan varen met de elektrisch aangedreven boot. De eeuwenoude binnenstad van Leiden met de typische grachten en singels is het fraaie decor.

Schipper Peter heeft veel ervaring over hoe je met groepen (toeristen) omgaat en deelt die met de studenten. Vaardigheden over hoe om te gaan met groepen mensen en interculturele communicatie, worden vanaf het roer, beeldend besproken.

Natuurlijk worden een aantal beroemde Leidse verhalen op beeldende wijze uitgelegd, zoals die van Rembrandt, Leidens Ontzet, de ramp met het kruitschip en het macabere verhaal van Goeie Mie.

Met een ervaring rijker en vol inspiratie, gaan de studenten weer terug naar Zoetermeer.

Dank Bootje & Broodjes!
https://www.bootjesenbroodjes.nl/

 

Officiële opening Let’s Tango

Leer- werkplek waar studenten, bedrijven en bewoners samenkomen

“Er heeft hier een ware metamorfose plaatsgevonden”, sprak Otto Jelsma, voorzitter van het College van Bestuur van mboRijnland bij de officiële opening van de Let’s Tango in Zoetermeer op donderdag 23 januari. De opening trok veel bezoekers. Mensen uit het onderwijs, bedrijfsleven, de gemeente, maar ook bewoners kwamen een kijkje nemen. Precies die groepen waarvoor de Let’s Tango is bedoeld: een broedplaats om samen te komen en samen te leren.

“It takes two to tango”, refereerde Otto Jelsma in zijn openingsspeech. Jan van Laake, programmadirecteur bij het CIV Smart Technology reageerde daarop met: “Eigenlijk moet dat zijn: it takes three to tango. We doen dit met overheid, onderwijs en ondernemers. De ontwikkelingen gaan heel snel. En het onderwijs kan dit niet alleen. We hebben elkaar nodig. Dat gebeurt onder andere hier, in het living lab Palenstein Aardgas vrij. Het is een mooi voorbeeld van nieuw onderwijs.”

Uitdagingen van de toekomst

Wethouder Jan Iedema blikt terug: “Toen ik hier voor het eerst kwam, was het een lege ruimte, toch werden we enthousiast. Het inspireerde alle partijen. Hier kon nog van alles gebeuren. Dat is de kracht van deze garage. Het is een werk- en leerlocatie in de wijk waar overheid, bedrijfsleven en onderwijs zich gezamenlijk voorbereiden op de uitdagingen van de toekomst. Ik zeg Let’s tango.”

De wijk Palenstein transformeert de komende jaren naar een aardgasvrije wijk. Ook al was de Let’s Tango officieel nog niet geopend, er gebeurt al van alles. Zo is bedrijf Stedin met een groep studenten van mboRijnland door de wijk getrokken. Zij hebben zo van alles geleerd over energietransitie. Duurzame Energiecoöperatie Zoetermeer geeft er advies aan bewoners over een duurzame leefomgeving en vrijwilligers van stichting Piëzo hebben de meubels gemaakt. Vmbo-leerlingen van het Oranje Nassau College hebben geholpen met klussen en schilderen.

3D printen

Na alle lovende woorden maakten de presentaties van de eerstejaars studenten Smart Technology van mboRijnland misschien wel de meeste indruk. Zo vertelden twee studenten over het project ‘Hetty’. In opdracht van docent Hans van Rheenen bedachten ze mogelijkheden waardoor diens zus, een MS- patiënt, zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. “Studenten komen soms met oplossingen die in de zorg nog niet worden gebruikt”, licht de docent toe. Bij het project ‘Ghana’ hebben studenten met behulp van een 3D-printer en -scanner een prothese gemaakt. Met deze opgedane kennis willen ze in Ghana zorgstudenten leren protheses te maken met behulp van 3D. “Even voor de duidelijkheid, dit zijn eerstejaars. Dit zijn studenten die keihard werken en die zijn we zo kwijt”, zei Van Rheenen met een knipoog naar het bedrijfsleven.

De gemeente Zoetermeer en mboRijnland zijn één van de vele partners van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Smart Technology. Zij zetten zich in voor de ontwikkeling van onderwijs samen met het bedrijfsleven. Slim samenwerken werpt zijn vruchten af, zeker voor mbo-studenten en vmbo-leerlingen.

Janssen Biologics en mboRijnland verbeteren samen arbeidsmarktpositie mbo-ers

De ondertekening

Janssen Biologics en de laboratoriumopleiding (MLO) van mboRijnland in Leiden gaan nauw samenwerken om de arbeidsmarktpositie van de studenten van de opleiding Allround Laborant te verbeteren. Zij ondertekenden hiervoor op 23 januari een samenwerkingsoverenkomst. Beide organisaties hebben afspraken met elkaar gemaakt over stageplaatsen, werkgelegenheid en het samen ontwikkelen van onderwijs.

Els de Waard, manager van het Middelbaar Laboratorium Onderwijs van mboRijnland: “In de huidige arbeidsmarkt worden vacatures voor deze niveau 3 gediplomeerden regelmatig ingevuld door hoger opgeleiden. Vaak kiezen die snel weer voor een andere functie. Voor bedrijven is dit onwenselijk omdat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. En voor de studenten van niveau 3 is het een gemiste kans op een leuke baan. In de samenwerking met Janssen Biologics hebben we behalve over stageplaatsen afspraken gemaakt over doorstroom naar werk. Gediplomeerden niveau 3 laboranten die stage hebben gelopen bij Janssen, gaan bij sollicataties behandeld worden als interne medewerkers en hebben daarmee een streepje voor. Verder gaan we nauw samenwerken in de ontwikkeling van onderwijs, waardoor dat nog beter aansluit op de praktijk en Janssen Biologics.”

Henri van Drunen, General Manager Janssen Biologics in Leiden: “We hechten veel belang aan betrokkenheid bij het onderwijs en benutten dan ook graag de mogelijkheid om al tijdens de opleiding actief bij te dragen aan de kwaliteit van toekomstige medewerkers. Hierdoor kunnen we het aanbod van de verschillende opleidingsniveaus van mboRijnland beter laten aansluiten met de vraag van de huidige arbeidsmarkt.”

In februari starten de eerste studenten die onder deze samenwerkingsovereenkomst vallen. Kelly Kazobagora is een van hen: “Het is mijn eerste stage. Ik vind het wel spannend, ook al heb ik een kennismakingsgesprek gehad. Later wil ik graag werken als laborant en me daar verder in ontwikkelen. Ik hoop hiervoor bij Janssen veel te leren.”

Actieve rol studenten stagemarkt Welzijn Leidschendam

Het MBO College Welzijn organiseerde op 25 september een stagemarkt voor eerstejaarsstudenten. In Leidschendam speelden tweede- en derdejaarsstudenten een belangrijke rol tijdens deze markt. Zij vertelden over hun eigen stage-ervaringen en gaven workshops. ‘Had ik zo’n markt maar gehad tijdens mijn eerste jaar,” zegt derdejaarsstudent Lisa.

De stagemarkt in Leidschendam was gericht op de eerstejaarsstudenten Onderwijsassistent en (Gespecialiseerd) medewerker kinderopvang. “Het doel was om studenten goed voor te bereiden op hun eerste stage,” vertelt docente Alex Nieulant Pelkman. “Dat is voor veel studenten best spannend. Ze weten niet altijd goed wat ze precies kunnen verwachten van de stage. Deze markt helpt ze bij het kiezen van de juiste stageplek.”
De markt vormt onderdeel van een bredere voorbereiding op de stage, vertelt Alex. “Studenten krijgen het blok ‘Ondernemende vaardigheden’. Ze leren daarin goede sollicitatiebrieven te schrijven en goede telefoongesprekken te voeren. Dat vinden studenten best lastig, ja, ook telefoneren. Ze appen liever, dat doen ze immers de hele dag door, dat is veiliger. Ze zijn vaak heel zenuwachtig voor een telefoongesprek. Soms weten ze helemaal niet goed wat ze dan precies moeten zeggen.”

Studenten houden tafelgesprekken tijdens stagemarkt Leidschendam-Voorburg.

Studenten geven workshops

Op de stagemarkt in Leidschendam waren drie instellingen voor kinderopvang aanwezig. Werknemers van Triodos, Jongleren en Partou  De docenten kozen er verder voor om ook tweede- en derdejaarsstudenten een rol te laten spelen tijdens de stagemarkt. Ze hadden een stand gemaakt waarin ze informatie gaven over alles wat er komt kijken bij de beroepspraktijkvorming. Verder gaven de studenten verschillende workshops, onder andere over het inbakenen van baby’s, het aankleden van een kind volgens de protocollen van de kinderopvang en het volgens de regels opmaken van een kinderbed. “Verder gaven een aantal studenten een workshop over het herkennen van kinderziekten. Ze gaven eerst een presentatie, daarna een overzicht van een aantal ziekten waarin kinderen vlekken op de huid krijgen en tenslotte een quiz waarin de deelnemers foto’s van kinderen met vlekken moesten koppelen aan de juiste ziekte. Echt een ontzettend interessante en leuke workshop.”


Tafelgesprekken

Verder hielden studenten in tweetallen tafelgesprekken met eerstejaarsstudenten. De derdejaarsstudenten Lisa en Aleyna waren verrast over de goede vragen die de eerstejaarsstudenten stelden. “Ze hadden zich echt goed voorbereid,” vertelt Lisa. “Ze waren enthousiast,” bevestigt Aleyna. “Ik had verwacht dat de studenten niet geïnteresseerd zouden zijn, maar dat was helemaal niet het geval.” De eerstejaars wilden heel graag weten wat ze op de stage konden verwachten, vertelt Aleyna. “Welke taken hebben ze? Hoe zit het met de uren?” Ze heeft samen met Lisa zelfs een student Onderwijsassistent overgehaald om over te stappen naar de kinderopvang. “Dat meisje twijfelde al een hele tijd  tussen het basisonderwijs en de kinderopvang. Wij hebben haar veel enthousiaste verhalen over de kinderopvang verteld. Dat meisje bedankte ons voor de informatie en vertelde dat wij haar hadden overgehaald om te switchen naar de opleiding Medewerker kinderopvang.” Lisa : “Het is goed om studenten bij zo’n stagemarkt te betrekken. Wij vertellen het echte verhaal, oprecht. Eigen ervaringen zijn nooit verkeerd. Het is jammer dat ik deze markt niet in het eerste jaar heb gehad.”

Stempels

Om de motivatie van de eerstejaarsstudenten te stimuleren, kregen ze een stempelkaart mee. De tweede- en derdejaarsstudenten gaven de stempels. Alex: “Maar alleen als ze vonden als de eerstejaarsstudenten een geïnteresseerde houding hadden.” Dat was geen probleem. “Nou ja, bij één groepje wel,” zegt Aleyna. “Die zaten onderuitgezakt naar ons verhaal te luisteren. Maar ja, om nou geen stempel  te geven… dat is best lastig. Het zijn net als ik studenten.” Ze snapt de desinteresse wel. “Het waren studenten Onderwijsassistent. Die hebben natuurlijk niet veel belangstelling voor een verhaal over de kinderopvang. Dat begrijp ik wel.”

Saamhorigheid

Alex is net als Lisa en Aleyna erg positief over de stagemarkt. “Van eerstejaarsstudenten hoor ik dat ze er veel aan gehad hebben. Het zorgt er bovendien voor dat de studenten uit verschillende leerjaren elkaar leren kennen. Dat is goed voor het gevoel van saamhorigheid van het team Welzijn in Leidschendam-Voorburg.”

Werkplekleren en leertechnologie motiveren

Een peer feedback community, digitale beeldtafel en een virtuele leeromgeving. Het zijn niet direct de woorden waaraan je denkt bij onderwijs van de MBO Colleges Welzijn en Gezondheidszorg. Toch speelt deze leertechnologie een belangrijke rol in twee innovatieve praktijkleerroutes voor bbl-studenten.

De branches welzijn en gezondheidszorg veranderen door de snelle technologische ontwikkelingen in de samenleving. Robotisering, sociale media, biomedische nanotechnologie en kunstmatige intelligentie hebben grote invloed op het werk in deze sectoren. Het is belangrijk dat welzijns- en zorgprofessionals deze veranderingen een plek kunnen geven in hun werk. Dat vraagt om nieuw onderwijs. ‘Werkgevers in de zorg en het welzijnswerk vinden dat er nu een te groot gat is tussen de kennis die studenten op school leren en het werk dat ze in de praktijk moeten doen’, vertelt docent Sonja Jong.

Werkplekleren
Daarom start mboRijnland in nauwe samenwerking met CSS Breda met werkplekleren en leertechnologie. ‘In dit leertraject staan de werkervaringen van de studenten centraal in het onderwijs’, vertelt Sonja. ‘In alle opdrachten, werkvormen en gesprekken gaan we in op de ervaringen die studenten in de praktijk van hun baan opdoen.’

‘In dit leertraject staan de werkervaringen van de studenten centraal in het onderwijs’

Het werkplekleren wordt gegeven in de bbl-opleiding Verpleegkunde en de opleiding Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker. Beide opleidingen zijn verdeeld in periodes van tien weken waarin één thema centraal staat. ‘In de opleiding Verpleegkunde zijn dat de thema’s zorgverlening, organiseren en communiceren. Bij de opleiding Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker behandelen we bijvoorbeeld het thema opvoeding en ontwikkeling.’ Dat wil niet zeggen dat de inhoud van het onderwijs vooraf helemaal vastligt, integendeel zelfs. ‘De ervaringen van de studenten bepalen de inhoud. Die kunnen we niet sturen. Wel zorgen we er met onze opdrachten en werkvormen voor dat iedere werkervaring een leermoment wordt. Waarom hebben de studenten op een bepaalde manier tijdens hun werk gehandeld? Wat waren mogelijke alternatieven? Daar staan de studenten met elkaar bij stil. Ze geven elkaar feedback en zoeken samen naar de beste oplossing. Zo maken we het onderwijs relevant voor studenten, en het werkveld.’

Leertechnologie
Bijzonder is ook dat de docenten het onderwijs geven in de instelling waar de studenten werken. ‘Het onderwijs hebben we samen met de deelnemende instelling ontwikkeld. Het is ook hún traject.’ Tijdens de lessen bespreken en analyseren de studenten de praktijksituaties waarmee ze te maken hebben gehad. ‘Ook leggen de studenten en de docenten een verbinding met de competenties die de studenten moeten leren en de eisen die het kwalificatiedossier van de opleiding stelt. Gedurende het leertraject verzamelt de student bewijsmateriaal waarmee hij aantoont dat hij alle vereiste competenties beheerst,’ legt Sonja uit.

Vernieuwende beeldtafel
In het werkplekleren maken de docenten gebruik van innovatieve leertechnologie. Dit zijn werkvormen die gebruikmaken van ICT en andere moderne technologische ontwikkelingen. Sonja demonstreert de beeldtafel, een enorme interactieve tablet in de vorm van een statafel. Ze logt in en laat een film zien waarin een groot aantal fragmenten over communicatie elkaar opvolgen. ‘Iedere student selecteert door het tikken op het scherm zes beelden die voor hem of haar het meest symbool staan voor goede communicatie. Onder leiding van de docent gaan de studenten aan de hand van de gekozen beelden met elkaar in gesprek over de gemaakte keuzes. Samen moeten ze tot consensus komen over wat de zes belangrijkste aspecten van goede communicatie zijn.’ De beeldtafel wordt bijvoorbeeld ook gebruikt bij het onderwerp reanimatie. Hierbij moeten de studenten foto’s van een reanimatieproces in de juiste volgorde zetten. Sonja is erg positief over deze werkvorm. ‘Mensen in de zorg zijn vooral beelddenkers en minder gericht op teksten. Studenten zijn dan ook enthousiast over de beeldtafel. Ze zijn heel geconcentreerd en worden helemaal niet afgeleid. Die tafel brengt  echt hele fundamentele gesprekken op gang.’ Ze glijdt met haar vingers over het beeldscherm. ‘Studenten zijn hierbij heel fanatiek. Niet zo gek, zij bepalen zelf welke beelden worden gekozen, zij hebben de regie in handen.’ ‘Studenten zijn hierbij heel fanatiek. Niet zo gek, zij bepalen zelf welke beelden worden gekozen, zij hebben de regie in handen.’

Sonja selecteert ter illustratie uit de film zes beelden, die daarna als losse foto’s op het scherm verschijnen. ‘Normaal gesproken doe niet ik dat, maar studenten doen het. Ik heb geen invloed op hun keuzes.’ Ze geeft de beelden een naam en zet ze in volgorde van belangrijkheid. ‘Dat proces doen studenten in groepsverband. Waarom is het ene aspect belangrijker dan het andere? Dat zijn vragen waarmee ik het gesprek stimuleer.’ De uitkomst wordt niet alleen opgeslagen in het persoonlijk dossier van de studenten, hij komt ook eens drie keer terug via een leergame. ‘Die ontvangen de studenten op hun smartphone of laptop. In zo’n game moeten ze bijvoorbeeld de namen van de fragmenten over communicatie weer koppelen of de beelden weer in de eerder gekozen volgorde praten. Er zit ook een wedstrijdelement in. Ze gaan dan de strijd aan met klasgenoten. Wie heeft de meeste antwoorden goed? Wie is het snelst? De uitslag zien ze op het scherm. Maar het belangrijkste is dat deze games zorgen dat de kennis beter beklijft.’

Virtuele leeromgeving
‘Het leertraject heeft ook een virtuele leeromgeving. Belangrijk onderdeel daarvan is de peer feedback community. Hierin kunnen docenten én studenten opdrachten, filmpjes en informatiemateriaal plaatsen.‘ Sonja wijst naar een opdracht waarin studenten met een fotoverslag hun ambities voor de komende periode moeten verbeelden. ‘Andere studenten kunnen daarop feedback geven, net zoals op Facebook.’ ‘Een mooi voorbeeld’, staat er onder een foto van een student. ‘Die situatie heb ik ook meegemaakt. Best lastig.’ Zo’n reactie kan dan weer besproken worden, in de virtuele leeromgeving, of in de les. Volgens Sonja toont dit voorbeeld aan dat leertechnologie bijdraagt aan de professionele dialoog van studenten. ‘Ze leren nu vanuit zichzelf, vanuit intrinsieke motivatie. Het leerrendement is daardoor veel hoger.

Centrum voor Innovatief Vakmanschap
De leertrajecten worden ontwikkeld door het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg, waar mboRijnland penvoerder van is. In het CIV werken een groot aantal instellingen uit de zorg- en welzijnssector en mboRijnland samen aan het oplossen van opleidingsvraagstukken binnen welzijn en zorg. Dat gebeurt door middel van het ontwikkelen van modulair en certificeerbaar onderwijs, hybrideonderwijs in (wijk)labs en een practoraat (platform praktische innovatie).

Goed voorbereid doorstromen naar het hbo

Vanaf augustus 2019 kunnen studenten weer het doorstroomprogramma mbo-pabo volgen. Hiermee worden zij voorbereid op een overstap naar het hbo. Studenten die in het laatste jaar van een niveau 4 mbo-opleiding zitten en verwachten voor de zomervakantie hun diploma te halen, komen in aanmerking voor het programma. Van techniek tot horeca. Dit programma is speciaal bedoeld voor studenten die een ander soort opleiding volgen, maar toch graag kiezen voor een carrière in het basisonderwijs.

Aandacht voor programma
Middels sociale media en een bericht op het studentenportaal proberen we meer aandacht voor het traject te genereren. Aanvullend hierop zou het waardevol zijn als er aandacht in de klassen komt voor dit doorstroomprogramma.
Vanuit de projectgroep kan er bijvoorbeeld een docent langskomen om in de klas, of aan een groep reeds geïnteresseerden, in een half uur meer te vertellen over het programma.

Oproep
Zijn er klassen en/of studenten waarvan je denkt dat die hiervoor in aanmerking komen of interesse hebben in een voorlichting? Laat het weten via doorstroomklas@mborijnland.nl.

Proeven aan hbo 
Tijdens het voltijd doorstroomprogramma gaan leren en praktijk samen op. Studenten krijgen vakken als Aardrijkskunde, Geschiedenis, Natuur en Techniek en werken aan projecten. Ook krijgen zij basisvakken als Rekenen en Nederlands en proeven zij alvast de sfeer op de hogeschool. Ze maken ook kennis met hbo-vaardigheden en met de praktijk. Ze lopen één dag in de week stage te lopen op een basisschool.

Na succesvolle afronding van het programma zijn de studenten klaar voor toelating op de pabo. Daarmee kunnen zij in februari 2020 starten, direct aansluitend op het programma.

Het aantal pabo-studenten loopt de laatste jaren sterk terug. De nieuwe doorstroomklas moet hierbij helpen, zodat meer mbo’ers succesvol instromen op de pabo. In 20 weken tijd bereiden de studenten zich daarbij voor op hun overstap naar de pabo. De doorstroomklas is een samenwerking tussen mboRijnland, ROC Mondriaan, Haagse Hogeschool en Pabo Inholland Den Haag.

Bekijk de flyer voor meer info

Inspirerende werkveldbijeenkomst CIV Welzijn & Zorg

Urgentie smeedt hechte verbindingen. Dat blijkt uit de warme begroetingen en de geanimeerde gesprekjes voorafgaand aan de werkveldbijeenkomst van het CIV Welzijn & Zorg op 24 januari in het gemeentehuis van Alphen aan den Rijn. De ruim tachtig aanwezigen zijn nieuwsgierig. Willen elkaar inspireren en goede ideeën opdoen. De urgentie is er. Welzijn & Zorg wordt al de tekortsector genoemd. Het Centrum voor Innovatief Vakmanschap wil innovatieve, duurzame oplossingen voor het grote personeelstekort realiseren. Projectideeën zijn er volop.

In het CIV Welzijn & Zorg hebben zorg- en welzijnsorganisaties én vijf gemeenten in de brede regio Leiden zich verbonden aan mboRijnland. Een van die gemeenten is Alphen aan den Rijn. Wethouder Han de Jager – hij heeft Zorg & Welzijn in zijn portefeuille – heet iedereen welkom. “De wereld van welzijn en zorg is enorm aan het veranderen. Zij heeft dringend een innovatie-impuls nodig. Een impuls die gestalte kan krijgen in een hechte samenwerking zoals dit CIV. De partners van het CIV staan met de voeten in de klei en leiden tegelijkertijd goede mensen op. Vanmiddag laten jullie zien waartoe dit kan leiden.”

Inspirerende vergezichten

Het Regionaal Investeringsfonds wil het CIV subsidiëren. Een blijde ontwikkeling die ruimte geeft aan de realisatie van mooie projecten. Voordat de aanwezigen daarover worden bijgepraat, presenteert Annette van Krimpen, programmadirecteur CIV Welzijn & Zorg, de nieuwe huisstijl van het CIV. Deze wordt met applaus onthaald.

Innovatief vakmanschap. Het klinkt mooi. Maar in welke richting moet dat vakmanschap zich dan gaan bewegen in de nabije toekomst? Daarover krijgen de aanwezigen een boeiende presentatie van Astrid Westerbeek. Zij is directeur Research van FWG, het adviesbureau voor de zorg. Zij schetst inspirerende vergezichten als het gaat om een veranderende opvatting van welzijn en zorg, technologische innovaties, nieuw personeelsbeleid en een veranderende overheidsbemoeienis.

‘Dit voelt al als een succes’

Daarna verdelen de aanwezigen zich rond vier statafels achter in de zaal. Zij praten daar over twee succesvolle projecten én over hoe hybride leren, practoraat en modulair onderwijs de CIV-projecten kunnen ondersteunen.

Een van die projecten is het lerend wijkcentrum Teylingen. Margriet Duijvenvoorden is sociaal makelaar binnen Welzijn Teylingen. “In het wijkcentrum willen we met inzet van studenten de zelfredzaamheid van de mensen bevorderen. Voor ons is het CIV heel belangrijk. mboRijnland levert ons de studenten. De partners leveren de projecten die de studenten in het lerend wijkcentrum kunnen uitvoeren. Zo komen we tot een leefbaarder wijk.” Een succes? Lachend: “We moeten nog beginnen. Maar omdat we alles goed hebben voorbereid en gevisualiseerd, voelt het nú al als een succes!”

Grote betrokkenheid

Aan een andere statafel vertelt Margriet Vaessen over het project van Zorgpartners om te komen tot een grotere arbeidsparticipatie van statushouders binnen de zorgorganisatie. “We voeren intakegesprekken waaruit blijkt hoeveel affiniteit deze mensen met de zorg hebben. Wie verder gaat in het proces krijgt een assessment. Er zitten verschillende niveaus bij elkaar. Dat is een uitdaging. Ook een goede werkbegeleiding vinden we erg belangrijk. Wat dit project succesvol maakt, is de grote betrokkenheid van de gemeente, onze zorgorganisatie en mboRijnland. We hebben samen hetzelfde doel. En we willen daar met z’n allen echt voor gaan.”

‘Wat een energie …!’

Annette van Krimpen staat tussen de vier statafels glimlachend toe te kijken. “Dit is top! Wat een energie voel je hier stromen! Mensen zijn nieuwsgierig naar elkaar. Partners inspireren partners. Dat is precies waarvoor een werkveldbijeenkomst is bedoeld.”

Studenten leren ondernemen met microkrediet

Studenten Management retail van mboRijnland in Alphen aan den Rijn doen mee aan het project Day for Change. Hiermee leren ze met behulp van microkrediet een onderneming op te zetten en deze ook echt te uit te voeren. De studenten doen ervaring op met ondernemerschap, microfinanciering en leren meer over de (relatieve) waarde van geld. Daarnaast is er ook oog voor ontwikkelingssamenwerking. De gemaakte winst gaat namelijk naar 15 ondernemende vrouwen in Noord-Bengal in India. Zij verkopen eten, kleding en accessoires. Met de bijdrage kunnen ze hun bedrijfsactiviteiten vergroten en hun economische positie versterken.

Het project is een samenwerking tussen Rabobank Groene Hart Noord, Stichting Day for Change en mboRijnland. Lees in dit artikel van de Rabobank meer over dit maatschappelijk betrokken initiatief.

Docent William Janz in halve finale van Got talent España

De mannelijke Glennis Grace wordt hij genoemd: William Janz is docent Nederlands bij mboRijnland (team Elektro- en Installatietechniek) en staat in de halve finale van het Got Talent España, de Spaanse equivalent van Holland's of America's Got Talent.

Een droom komt uit voor de 44-jarige Rijswijker: 'Het is echt een gekkenhuis. Ongelooflijk hoeveel belangstelling er is voor mij. Door de week sta ik voor de klas en in het weekend op het podium. Mensen vallen voor mijn Spaanse liedjes, geïnspireerd door mijn grote voorbeeld Julio Iglesias'. Williams zingt al heel wat jaren. In 1996 deed hij mee aan de Soundmixshow… als Julio Iglesias. Maar nooit brak hij echt door bij het grote publiek, tot nu.

Professionele aanpak

William pakt het professioneel aan en heeft een eigen manager, Riny Schreijenberg. Schreijenberg werkte jarenlang samen met artiesten als Frans Bauer, Marianne Weber en Thomas Berge. 'William zingt niet alleen in het Spaans, maar ook in het Nederlands. Afgelopen week is zijn eerste Nederlandstalige single gelanceerd. We zijn erg benieuwd hoe dit wordt ontvangen', aldus Riny.

Media-aandacht

De Telegraaf​, Weekend en Hart van Nederland…. ze staan in de rij voor het verhaal van de zingende docent. Donderdag 4 oktober maakte het televisieprogramma Hart van Nederland een item in de klas op locatie Bètaplein/Lammenschans in Leiden. Klik hier om het item te bekijken.

Teamleider Dorien Butter van Electro- en Installatietechniek is uiteraard ook super trots op haar docent. 'Ik hoop dat we William binnen boord kunnen houden. Hij is niet alleen een goede zanger, maar ook een hele goede docent', aldus Dorien.

William moet nog even geduld hebben voordat hij weer zijn zangkunsten op de Spaanse televisie mag vertonen. De halve finale is in februari/maart 2019.