Studenten Sociaal Werk van mboRijnland organiseerden op 12 oktober een festival voor jonge bewoners van de COA-opvang in Leiden. Van fanatiek voetballen tot koekhappen en dansen, de studenten bedachten en organiseerden het programma helemaal zelf. De middag stond in het teken van plezier, ontmoeting en verbinding.
Hoe zorg je ervoor dat jongeren enthousiast meedoen aan activiteiten, ook als je elkaars taal niet spreekt? Een groep van achttien tweedejaars studenten Sociaal Werk van mboRijnland lieten zien dat dit kan. De opdracht aan de studenten was duidelijk: bedenk en organiseer activiteiten waaraan de minderjarige jongeren van het COA actief meedoen. Dat lukte uitstekend. Een groep van 40 jongeren (van de 75 die er wonen) deed enthousiast mee. Er werd bloedfanatiek gevoetbald, zakgelopen, spijker gepoept en koek gehapt. En natuurlijk werd er ook gedanst. De sfeer zat er goed in en iedereen deed mee.
Van idee tot uitvoering
De studenten Sociaal Werk, die vaker opdrachten in de échte praktijk uitvoeren, namen de organisatie volledig in eigen hand. Ze bedachten de activiteiten, zorgden voor de benodigdheden en regelden ook de hapjes en prijzen. Ze ontdekten dat een goede voorbereiding belangrijk is, maar dat je tijdens een activiteit ook flexibel moet kunnen inspelen op wat er gebeurt.
Een van de studenten vertelt: “Het liep misschien anders dan we vooraf hadden bedacht, maar uiteindelijk was het een superleuke middag.” Een andere student kijkt vooral terug op wat de groep ervan heeft geleerd: “Je leert dat het niet altijd kan gaan zoals je gepland hebt. Ondanks dat hebben we ons aangepast en een hele leuke middag gehad met veel enthousiaste jongens en een gezellige sfeer.” Zo was de muziekbingo die de studenten hadden voorbereid uiteindelijk niet meer nodig. De jongeren waren al volop bezig met andere activiteiten. De studenten deden ook zelf mee met de activiteiten en hadden een leuke middag.
Plezier verbindt, ook zonder woorden
Astrid Prakke-Bruins, docent Sociaal Werk, is trots op haar studenten. Voor haar laat het festival zien hoe belangrijk ontmoeting en samen iets doen zijn. “Je hebt geen taal of woorden nodig om leuke dingen te doen. Ook zonder elkaars taal te spreken hadden we met elkaar een topmiddag. Dansen, voetballen en spelletjes doen verbindt altijd”, vertelt Astrid.
Het festival bood de studenten een mooie kans om in de praktijk te oefenen met hun vak. Een activiteit organiseren en uitvoeren om bepaalde doelen te bereiken, is onderdeel van de voorbereiding op hun examen. Daarbij gaat het niet alleen om het organiseren zelf, maar ook om het contact maken met de doelgroep, inspelen op situaties en samen zorgen voor een geslaagde activiteit. De middag smaakt naar meer: wat de studenten en hun docent betreft, krijgt het COA-festival volgend jaar zeker een vervolg.
Met de ExpoKoffer introduceert mboRijnland een innovatief onderwijsconcept waarmee studenten leren om technologie in welzijn en zorg persoonsgericht in te zetten. Niet de technologie en het hulpmiddel, maar het verhaal en de behoeften van de cliënt staan centraal. De belangstelling vanuit welzijns- en zorgorganisaties in de regio is al gewekt. Daarom wordt ook gekeken naar een aparte variant voor de beroepspraktijk.
Hoe kan technologie bijdragen aan goede zorg en ondersteuning? Die vraag staat centraal in de ExpoKoffer, een nieuw onderwijsconcept dat Arianne Riedijk, projectleider van het Experimenteerhuis, samen met welzijns- en zorgpartners heeft ontwikkeld. Na de ExpoBike en de ExpoBieb is er nu de ExpoKoffer. “Met deze koffer brengen we technologie in welzijn en zorg op een toegankelijke manier in het onderwijs. Studenten leren om niet de hulpmiddelen, maar het verhaal van de cliënt als vertrekpunt te nemen”, vertelt Arianne Riedijk.
Eerst de cliënt, dan de technologie
In de ExpoKoffer zitten echte hulpmiddelen en technologieën waarmee studenten aan de slag gaan. Aan de hand van cliëntsituaties onderzoeken zij welke ondersteuning passend is. Daarbij kijken ze eerst naar de persoon achter de hulpvraag. Wat kan iemand zelf? Hoe ziet het dagelijks leven eruit? En wat betekent een hulpmiddel voor iemands zelfstandigheid, veiligheid, waardigheid en privacy?
Pas daarna komt de technologie in beeld. Want hoewel er steeds meer technologische mogelijkheden zijn in welzijn en zorg, betekent dat niet dat elk hulpmiddel voor iedere cliënt geschikt is. “Het risico bestaat dat je te snel naar een product grijpt, terwijl je nog onvoldoende weet wat iemand nodig heeft. Met de ExpoKoffer draaien we dat om. We beginnen bij het verhaal van de cliënt en kijken daarna of technologie iets kan toevoegen. Soms is dat een goede oplossing, soms past een andere vorm van ondersteuning beter. Juist die afweging is belangrijk voor toekomstige zorgprofessionals”, aldus Riedijk.
Van onderwijs naar de regionale praktijk
De ExpoKoffer is ontwikkeld vanuit de Community of Practice van CIV Welzijn & Zorg en het Experimenteerhuis, samen met het onderwijs en het werkveld. De eerste toepassing ligt bij de opleidingen Verpleegkunde en Verzorgende IG (VIG). De casussen, theorie en opdrachten sluiten aan op de onderwijsmodules die studenten volgen. Het is de bedoeling de inzet later uit te breiden naar onder meer Helpende in de zorg, Maatschappelijke Zorg en Sociaal Werk.
De eerste lessen met de ExpoKoffer zijn al gegeven. “De ExpoKoffer is fijn om tijdens de les mee te oefenen. Technologische hulpmiddelen zijn belangrijk, omdat die kunnen bijdragen dat mensen langer zelfstandig blijven”, aldus een student Verpleegkunde.
Ook de docent is blij met de koffer: “Aan de hand van een casus maken de studenten gericht kennis met wat technologie kan betekenen voor mensen. Doordat de hulpmiddelen in de ExpoKoffer aan een casus zijn gekoppeld, heb je alle bijbehorende technologieën meteen bij de hand om uit te proberen. Dit is echt vernieuwend onderwijs”, aldus Alinda Kooistra, docent Verpleegkunde.
Ook buiten mboRijnland is de belangstelling voor het innovatieve concept al merkbaar. Verschillende organisaties en groepen uit de regio hebben gevraagd of zij de ExpoKoffer kunnen gebruiken. Ook voor het voortgezet onderwijs en het hoger beroepsonderwijs biedt het concept mogelijkheden.
De huidige koffer is echter specifiek ontwikkeld voor de opleidingen bij mboRijnland en sluit aan op de bijbehorende online leeromgeving. Daarom onderzoekt mboRijnland de ontwikkeling van een aparte praktijkvariant die het werkveld kan lenen.
Samen leren over passende zorg
De praktijkvariant krijgt een eigen inhoud, met herkenbare cliëntverhalen en praktijkvraagstukken uit regionale organisaties. Zo kunnen professionals leren vanuit situaties die aansluiten op hun dagelijkse werk én ervaringen uitwisselen met andere organisaties en werkvelden.
De ambitie reikt verder dan het kennismaken met technologische hulpmiddelen. De ExpoKoffer moet bijdragen aan een manier van leren waarin onderwijs en beroepspraktijk elkaar versterken en samen onderzoeken wat goede, persoonsgerichte ondersteuning vraagt.
“Het zou mooi zijn als organisaties casussen en ervaringen met elkaar gaan delen en samen ontdekken wat werkt en waarom. Zo gebruiken onderwijs en praktijk dezelfde taal: eerst begrijpen wat iemand nodig heeft, daarna pas bepalen welke ondersteuning passend is. Onze ambitie is dat technologie in welzijn en zorg een vanzelfsprekend onderdeel wordt van professioneel handelen. Eén uitgangspunt blijft daarbij leidend: passende ondersteuning begint bij de mens, niet bij het product”, besluit Riedijk.
Op 3 oktober, de dag van het Leidens Ontzet, organiseerde Universiteit Leiden, zoals elk jaar, de Wetenschapswarenmarkt. Dit jaar viel dat precies samen met het Weekend van de Wetenschap. Voor het eerst stonden ook Désirée Bierlaagh en Nellie Klaassen, onderzoekers van practoraat Praktische Wijsheid van CIV Welzijn & Zorg/mboRijnland op deze markt.
De onderzoekers liepen rond als levende roze stickervellen en gingen met bezoekers in gesprek over wat goede zorg voor hen betekent. Dit leverde prachtige, persoonlijke gesprekken op. “We hebben heel wat stickervellen vol met teksten, tekeningen en plakkers over wat volwassenen en kinderen verstaan onder goede zorg, vertelt Désirée Bierlaagh lachend. “Dit nemen we mee als waardevolle input voor ons onderzoek naar langdurige zorg. Een opvallende rode draad uit de gesprekken en post-its was dat bijna alle mensen als eerste noemden hoe belangrijk menselijk contact is.” Ze besluit: “Het was geweldig om hier rond te lopen tussen alle onderzoekers van de universiteit. Ook de hogeschool deed dit jaar voor het eerst mee. Een mooie waardering dat we onderzoek écht met elkaar doen, zowel onderzoekers van de universiteit, het hbo en het praktijkonderzoek in het mbo.”
De WetenschapsWarenmarkt is een markt met kraampjes waar onderzoekers op een toegankelijke en aansprekende manier laten zien met welke vragen of thema´s ze bezig zijn. Zo konden bezoekers bijvoorbeeld zien wat een wolf eet door wolvendrollen uit te pluizen, kinderen gingen aan de slag om zorgvuldig een patiënt te opereren als Dr. Bibber én gingen dus in gesprek met onze eigen onderzoekers over wat goede zorg voor hen betekent.
Een geslaagde en zonnige editie van de WetenschapsWarenmarkt. Wil je meer zien? Bekijk hier de aftermovie van het evenement.
Op woensdag 7 oktober bezochten ruim 300 onderwijsprofessionals uit het basis-, voortgezet- en beroepsonderwijs vol verwachting en enthousiasme het LEFtival in LLokaal bij mboRijnland in Leiden.
Het festival, georganiseerd door het LEF in samenwerking met mboRijnland, Da Vinci College en Technolab, is de opvolger van de Nacht van de Leraar dat vorig jaar zijn laatste editie kende in deze vorm. Het LEFtival had het toepasselijke thema ‘Spieken bij de buren’, aangezien alle partners gevestigd zijn aan het Bètaplein en dus buren zijn.
Na de warme entree met muziek en vriendelijke studenten van mboRijnland, werd je als bezoeker door een ‘belevingsgang’ geleid, waarin van alles te lezen, doen en horen was. Met een welkomstdrankje in de hand kwam je terecht in de Techniekwerkplaats van mboRijnland waar creatieve maaksels tentoongesteld waren van onze studenten Onderwijsassistent en Technicus Engineering. Ook de Expokoffer met zorgtechnologie hulpmiddelen was uitgestald op een van de tafels om te laten zien hoe wij casusgericht onderwijs met behulp van zorgtechnologie middelen geven aan onze studenten Verzorgende IG en Verpleegkunde.
In LLokaal kon je onder andere met een wens in je hoofd door de Poort der Verandering lopen, liepen kindreporters rond die in gesprek gingen met bezoekers en presenteerde kostuummaker en ontwerper Nikki Steenbergen een ‘DNA cape’ die de invloed van omgeving en onderwijs op de ontwikkeling van kinderen en jongeren verbeeldt. Dit EET en ONTMOET gedeelte werd muzikaal omlijst door Gijs Vlieland op piano.
Na een smakelijk soepje en lekkere, warme gerechtjes bereid door onze studenten Kok, startten de veelzijdige en inspirerende workshoprondes. Deze werden gegeven in LLokaal, bij Da Vinci en Technolab en varieerden van een aangrijpend toneelstuk over een ouder met een kind dat thuiszit, een workshop over AI tot een creatieve kennismaking met techniek bij Technolab en een workshop Koken met de wethouder. Patricia Danckaarts en haar band sloten de avond bruisend af in LLokaal.
Vandaag, op de Dag van de Leraar, stond onze docent burgerschap Merve Kiliç op het podium als een van de drie finalisten van de verkiezing Leraar van het Jaar 2026 in de categorie mbo. Een geweldige prestatie waar mboRijnland trots op is.
Tijdens het Lerarencongres op Papendal werd de winnaar bekendgemaakt. Naast Merve waren Clinton Dompig van Albeda Rotterdam en Jaser Husseini van ROC Nijmegen de twee andere finalisten. Jaser Husseini van ROC Nijmegen werd uitgeroepen tot Leraar het Jaar 2026 en mag die titel een jaar lang uitdragen.
Saskia Schenning, bestuurslid van mboRijnland: “We zijn heel trots op Merve dat ze een van de drie top docenten is in het mbo. Voor Merve staan haar studenten altijd voorop, waarbij de actualiteit in haar burgerschapslessen terug te zien is. Daarnaast zet ze haar vak zowel binnen als buiten mboRijnland op de kaart. Merve is een geweldige ambassadeur voor het mbo, voor het vak van mbo-docent en voor haar vak burgerschap. Je gunt elke student een docent als Merve!”
Hoewel de titel naar haar collega Jaser Husseini ging, heeft de verkiezing Merve veel gebracht: “Ik vind het een enorme eer dat ik tot de top 3 mbo-docenten van Nederland behoor. De weg naar deze finale heeft me veel geleerd over wie ik wil zijn als docent. Mooi dat we als finalisten elkaar bij de uitreiking zo toejuichten, we gunnen elkaar allemaal de titel Leraar van het Jaar. Toen mijn studenten en collega’s binnenkwamen met vlaggen en gejuich voor mij, was ik geraakt. Voor hen doe ik het allemaal.”
Ahlam, Yusra en Loelia zijn derdejaars studenten Doktersassistent en hebben les van Merve. “Ze is echt een mens-docent, we kijken echt uit naar haar les, ook al is die aan het einde van de dag. Ze maakt de lessen burgerschap aansprekend voor ons, bespreekt onderwerpen die ons aangaan en geeft vaak hele concrete en persoonlijke voorbeelden. Ze is echt ‘one of the students’, zo voelt het, we kunnen alles bij haar kwijt, ook als we ergens mee zitten.”
Van nominatie tot finale
Merve geeft het vak burgerschap aan studenten Doktersassistent en Apothekersassistent in Leiden. Ze heeft een intensief traject afgelegd vanaf haar nominatie tot aan de finale. In april werd ze genomineerd voor de top 10 voor de verkiezing Leraar van het Jaar 2026. “Dat voelde al als een enorme eer”, vertelt Merve. “Ik had even tijd nodig om het te laten bezinken, maar besefte na de meivakantie hoeveel waardering hierin zit.”
De docent burgerschap kreeg de opdracht om te laten zien waarom juist zij deze titel verdient. Ze schreef een persoonlijk verhaal over waar ze als docent voor staat en vroeg collega’s om haar te ondersteunen met een referentie. Begin september werd bekend dat Merve was doorgedrongen tot de top 3. Een geweldige prestatie.
Een mediadag volgde waar ze mediatraining kreeg en een korte videopitch opnam waarin ze vertelt wat haar drijft als docent en waar ze voor staat: “Ik vind het belangrijk om studenten te zien, horen en te leren kennen. Aansluiten bij hun belevingswereld en de buitenwereld de klas in halen, zodat studenten denken: ‘hé, dit gaat ook over mij. Mijn stem doet ertoe’.”
Een bezoek van een jurylid bij haar les burgerschap maakte ook deel uit van de beoordeling. Tot slot volgde vorige week de laatste stap: een vakjury van acht mensen stelde haar allerlei vragen over haar vak, haar visie en haar rol als docent. “Dat was best een pittig gesprek”, vertelt Merve lachend, “maar ook een heel leuk gesprek, waarin ik vol passie kon toelichten waar ik voor sta en wat ik voor onze mbo-studenten wil.”
Studenten altijd voorop
Voor Merve begint goed burgerschapsonderwijs bij de student. Actualiteit speelt daarom een belangrijke rol in haar lessen. Ze daagt studenten uit om na te denken, hun mening te vormen en met elkaar in gesprek te gaan over onderwerpen die spelen in de samenleving.
Haar betrokkenheid gaat verder dan haar eigen lessen. Merve zet zich actief in voor het vak burgerschap en draagt het mbo ook buiten mboRijnland uit. Daarmee is ze een belangrijke ambassadeur voor het onderwijs, haar vak én het beroep van mbo-docent.
Over de verkiezing Leraar van het Jaar
De verkiezing Leraar van het Jaar bestaat sinds 1999 en zet inspirerende onderwijsprofessionals in de schijnwerpers. Jaarlijks worden leraren uit het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en mbo genomineerd. De verkiezing wordt georganiseerd door de Stichting Leraren van het Jaar, in samenwerking met onder meer het ministerie van OCW en de Nationale Onderwijsweek.
Reis je met het openbaar vervoer van of naar Alphen aan den Rijn naar een van onze locaties? Houd dan vanaf 12 oktober rekening met extra reistijd. De Gouwespoorbrug bij Alphen aan den Rijn wordt vernieuwd. De werkzaamheden duren naar verwachting tot en met half juli 2027. Gedurende deze periode rijden er geen treinen tussen Alphen aan den Rijn en Bodegraven. De NS zet bussen in op dit traject.
Wat betekent dit voor jouw reis?
Alphen aan den Rijn – Woerden/Utrecht Reis je vanuit Alphen aan den Rijn richting Woerden/Utrecht, dan kun je tussen Alphen aan den Rijn en Bodegraven gebruikmaken van vervangend busvervoer van NS. Vanaf Bodegraven kun je per trein verder reizen richting Woerden en Utrecht. NS verwacht voor het traject Alphen aan den Rijn – Bodegraven ongeveer 15 minuten extra reistijd. Houd daarnaast rekening met de extra overstap en mogelijke drukte in de bus.
Leiden – Alphen aan den Rijn De treinverbinding tussen Leiden Centraal en Alphen aan den Rijn blijft rijden. NS verhoogt op werkdagen in de daluren bovendien de frequentie van twee naar vier treinen per uur. Daarmee wil NS de aansluitingen op de andere treinverbindingen en het vervangend busvervoer verbeteren.
Gouda – Alphen aan den Rijn De treinverbinding tussen Gouda en Alphen aan den Rijn blijft rijden. NS probeert de overstap tussen deze verbinding en de trein richting Leiden zoveel mogelijk op hetzelfde perron te laten plaatsvinden.
Leiden – Woerden/Utrecht Reis je vanuit Leiden richting Woerden/Utrecht, dan kan het aantrekkelijker zijn om vanaf Leiden via Schiphol en Amsterdam Zuid richting Utrecht te reizen. Volgens NS bedraagt de extra reistijd op deze omreisroute ongeveer tien minuten.
Plan je reis kort voor vertrek Omdat de dienstregeling en de drukte kunnen variëren, adviseren we om je reis kort voor vertrek van deur tot deur te plannen via de NS-app of NS Reisplanner. Zo zie je het actuele reisadvies en eventuele wijzigingen.
Op 24 en 25 september ontving mboRijnland onderwijspartners uit Denemarken, Estland en Finland. Binnen het Europese Erasmus+ project DigiCareVET – Bridging Tech to Care werken vijf mbo-instellingen aan de toekomst van digitaal zorgonderwijs: LIVE en KAO uit Finland, SOSU H uit Denemarken, Kuressaare uit Estland en mboRijnland. Het project richt zich op snel veranderende zorgvragen en de groeiende rol van zorgtechnologie en digitale vaardigheden in het onderwijs.
Samen leren en ontwikkelen
Tijdens de tweedaagse bijeenkomst deelden de partners kennis en ervaringen en werkten zij samen aan de ontwikkeling van een praktische Digital Transformation Toolbox voor docenten. Deze toolbox helpt docenten om zorgtechnologie op een betekenisvolle manier te integreren in hun onderwijs. Daarbij gaat het niet alleen om het leren werken met technologie, maar vooral om de vraag wanneer, waarom en voor wie technologie van meerwaarde is in de zorg.
De Deense partners verzorgden tijdens de bijeenkomst een workshop voor zorgprofessionals en docenten. De deelnemers gingen zelf aan de slag met verschillende tools en deelden hun ervaringen en feedback. Zo konden de toepassingen direct verder worden aangescherpt. Binnen DigiCareVET worden de materialen daarmee niet alleen voor het onderwijs en de beroepspraktijk ontwikkeld, maar vooral samen met de mensen die ermee gaan werken.
Technologie ervaren in het Experimenteerhuis
Een bijzonder onderdeel van de tweedaagse was het bezoek aan het Experimenteerhuis in Zoetermeer. Hier maakten de internationale partners kennis met verschillende zorgtechnologieën en met de manier waarop mboRijnland studenten en professionals laat ervaren en onderzoeken wat technologie kan betekenen voor zorg en welzijn. Centraal stond de vraag: hoe bereiden we studenten voor op het maken van betekenisvolle keuzes rondom technologie?
De deelnemers gingen zelf aan de slag met concrete situaties en onderzochten welke technologie passend kan zijn bij de persoon, de zorgvraag en de situatie. Het uitgangspunt: niet beginnen bij de technologie, maar bij de mens.
Bruggen bouwen over grenzen heen
Naast het inhoudelijke programma was er volop ruimte om ervaringen uit te wisselen en elkaar beter te leren kennen. De vele bruggen in Leiden vormden daarbij een mooie metafoor voor de internationale samenwerking. Zoals Arjan van der Hoorn, directeur College Welzijn en Zorg, tijdens de bijeenkomst benoemde: “samenwerken betekent bruggen bouwen en samen obstakels overbruggen”.
De tweedaagse werd afgesloten met een gezamenlijke boottocht door Leiden. Een mooie manier om de bijeenkomst ontspannen af te ronden en de internationale samenwerking verder te versterken.
Samen verder
Met deze bijeenkomst zetten de partners een volgende stap in de ontwikkeling van DigiCareVET. De komende periode werken zij verder aan de Digital Transformation Toolbox en aan manieren om technologie en digitale vaardigheden nog beter te verbinden aan het zorgonderwijs en de beroepspraktijk.
Vanaf 21 september kunnen studenten van mboRijnland op het Van Doornenplantsoen in Zoetermeer terecht bij een nieuwe werkruimte van hetJongeren Informatie Punt (JIP). Jongeren kunnen zonder afspraak binnenlopen met vragen over bijvoorbeeld geld, DUO, wonen, mentale gezondheid, relaties en seksualiteit. Met de nieuwe, zichtbare locatie verlagen mboRijnland en JIP de drempel voor studenten om ondersteuning te vragen.
Op maandag 21 september wordt de nieuwe werkruimte feestelijk geopend. Studenten die afgelopen jaar zijn opgeleid tot JIP-ambassadeur knippen het lint door. Vertegenwoordigers van mboRijnland, JIP en de gemeente Zoetermeer zijn hierbij aanwezig. De samenwerking is onderdeel van het project ‘Het mbo als werkplaats’. Samen met de gemeente Zoetermeer onderzoekt mboRijnland welke organisaties uit het preventieve sociale domein hun dienstverlening zo dicht mogelijk bij jongeren kunnen aanbieden. JIP is daar een voorbeeld van.
De Zoetermeerse wethouder Lisette Sandifort (Beroepsonderwijs): “Geen enkele jongere zou met vragen of zorgen moeten blijven rondlopen omdat de stap naar hulp te groot voelt. Met de JIP-locatie bij mboRijnland is ondersteuning zichtbaar, dichtbij en toegankelijk. Zo kunnen vragen en zorgen vroegtijdig worden gesignaleerd en kunnen jongeren snel de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.”
Waarom JIP op onderwijslocatie?
Jongeren krijgen in hun studententijd met veel veranderingen en vragen te maken. Van het regelen van een zorgverzekering of studiefinanciering tot zorgen over geld, wonen, mentale gezondheid of relaties. Soms is het voor hen lastig om te weten waar ze met zo’n vraag terechtkunnen. Daarom werkt mboRijnland samen met het Jongeren Informatie Punt (JIP). Het JIP biedt jongeren laagdrempelige en preventieve ondersteuning, gewoon op de onderwijslocatie.
Iedere dinsdag van 10.30 tot 12.30 uur kunnen studenten zonder afspraak binnenlopen bij het JIP-spreekuur. Een afspraak maken via de website kan ook. Studenten kunnen er onder meer terecht met vragen over geldzaken, DUO, toeslagen, zorgverzekering, DigiD, wonen, werk en studie. Ook vragen over mentale gezondheid, leefstijl, identiteit, seksualiteit, relaties, zwangerschap en verslaving kunnen met adviseurs van het JIP worden besproken. Soms gaat het om iets heel praktisch, zoals gratis condooms of menstruatieproducten.
“Geen vraag is te gek”, benadrukt JIP-jongerenadviseur Cox van Zijderveld. “Er wordt veel gevraagd van jongeren tegenwoordig. Gelukkig staan ze er niet alleen voor. Juist door samen te werken met mboRijnland en een spreekuur te houden op de onderwijslocatie, bereiken we jongeren op een plek waar ze al dagelijks komen.”
JIP en mboRijnland werken ook samen in het Leermiddelenloket. In september is JIP op zowel dinsdag als woensdag aanwezig om studenten te helpen met specifieke vragen over bijvoorbeeld schoolspullen en DUO. Alle mboRijnland-studenten kunnen hiervan gebruikmaken.
Tekst gaat verder onder de foto.
JIP en BOSS versterken elkaar
JIP en de afdeling Begeleiding & Ondersteuning Studiesucces (BOSS) van mboRijnland vullen elkaar aan. “Door JIP op school aan te bieden, kunnen studenten sneller en gemakkelijker ondersteuning vinden”, vertelt Desiree Pot, manager begeleiding en studentenwelzijn van mboRijnland. “JIP heeft veel expertise op het gebied van praktische en persoonlijke vragen die bij jongeren spelen.” Heeft een jongere meer ondersteuning nodig? Dan denkt JIP mee en helpt om de juiste organisatie te vinden. En als er hulp op school nodig is, dan helpt JIP de student om hulp te vragen aan de studieloopbaanbegeleider of BOSS.
Studenten helpen andere studenten
Ook de opleiding Sociaal Werk is bij de samenwerking betrokken. JIP traint eerstejaarsstudenten tot ‘JIP-ambassadeurs’. Zij leren hoe ze andere studenten kunnen informeren over het JIP en gaan bijvoorbeeld mee naar voorlichtingen of vertellen in de klas over het spreekuur. Vorig schooljaar begon dit als pilot, dit studiejaar wordt de samenwerking verder ontwikkeld en traint het JIP opnieuw studenten. De samenwerking tussen JIP, mboRijnland, de gemeente en andere partners wordt de komende jaren verder versterkt, zodat steeds meer jongeren sneller worden geholpen.
Stagediscriminatie herkennen en erkennen, bespreekbaar maken en studenten beter ondersteunen. Dat is het doel van StageHeld, een nieuwe interactieve leermodule voor stageprofessionals. De module is ontwikkeld door Sara Giethoorn, projectleider Diversiteit en Inclusie bij mboRijnland, op basis van haar onderzoek naar stagediscriminatie onder mbo-studenten en onderwijsprofessionals.
Als docent zag Sara Giethoorn dat sommige studenten moeiteloos een stageplek vonden, terwijl anderen keer op keer werden afgewezen. Vooral studenten met een migratieachtergrond hadden soms moeite om überhaupt op gesprek te komen. De vele afwijzingen hadden bovendien invloed op hun zelfvertrouwen.
“Studenten gingen na veel afwijzingen aan zichzelf twijfelen, terwijl er mogelijk veel meer speelde dan alleen hun motivatie of sollicitatievaardigheden”, vertelt Sara.
Die observatie was de aanleiding voor haar onderzoek tijdens haar master Pedagogiek. Ze sprak met studenten en onderwijsprofessionals van mboRijnland over hun ervaringen met stagediscriminatie. Uit het onderzoek bleek dat ongeveer 20 procent van de bevraagde studenten discriminatie tijdens de stage ervaart of vermoedt. Landelijk ligt dit percentage rond de 25 procent.
Stagediscriminatie niet altijd zichtbaar
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat stagediscriminatie vaak subtiel is. Studenten worden bijvoorbeeld anders behandeld, krijgen minder kansen of hebben het gevoel dat er iets niet klopt. Tegelijkertijd benoemen studenten hun ervaringen niet altijd direct als discriminatie.
“Studenten werden zich gaandeweg bewuster van wat hen was overkomen en dat ze misschien toch anders waren behandeld dan medestudenten”, zegt Sara. Studenten stappen bovendien niet snel naar een docent of stagebegeleider. Ze kunnen bang zijn dat een melding gevolgen heeft voor hun stage, beoordeling of opleiding.
Ook voor onderwijsprofessionals is het niet altijd eenvoudig om signalen te herkennen. Uit Sara’s onderzoek bleek dat professionals dezelfde situatie verschillend kunnen beoordelen. “Iedereen kijkt vanuit zijn of haar eigen referentiekader. Alle informatie die je binnenkrijgt, filter je met je eigen ervaring, waarden en emoties.”
Van onderzoek naar StageHeld
Om onderwijsprofessionals hierin te ondersteunen, ontwikkelde Sara samen met ontwerpers van de Haagse Aanpak Gelijke Stagekansen de interactieve leermodule StageHeld. De module bestaat uit vier onderdelen en biedt kennis, praktijkvoorbeelden en handvatten om stagediscriminatie te herkennen en erkennen, het gesprek met de student aan te gaan en passende ondersteuning te bieden.
Daarbij hoeft een onderwijsprofessional volgens Sara niet eerst vast te stellen of iets ‘echt’ discriminatie is. “Ga niet op zoek naar goed of fout, maar kijk wat de student nodig heeft.”
Ook wanneer achteraf niet met zekerheid kan worden vastgesteld wat er precies is gebeurd, is het gevoel van de student volgens haar belangrijk. “Het gevoel van de student mag er gewoon zijn. Het gaat erom dat de student zich gezien en gehoord voelt. Daarna onderzoek je samen wat de student nodig heeft om verder te kunnen.”
Naast de student blijven staan
De aanpak verschilt per situatie. Soms kan een gesprek met een werkgever voldoende zijn om een situatie te herstellen. Als een werkgever niet wil veranderen, is het belangrijk dat de onderwijsinstelling naast de student blijft staan. De onderwijsprofessional vormt daarmee een belangrijk vangnet tussen student en werkgever.
Gelijke stagekansen
mboRijnland werkt actief aan gelijke stagekansen voor alle studenten. De organisatie heeft het Stagepact ondertekend en werkt onder meer aan goede begeleiding, voldoende stageplekken, passende stagevergoeding en het tegengaan van stagediscriminatie. Studenten kunnen daarnaast terecht bij het interne Meldpunt stagediscriminatie.
Met StageHeld wil Sara bijdragen aan verdere bewustwording en handelingsvaardigheid. “Ik hoop dat studenten eerder gaan ervaren dat ze serieus worden genomen en dat onderwijsprofessionals niet wegkijken uit onzekerheid. Discriminatie komt helaas voor. Het gaat erom dat we weten hoe we ermee om moeten gaan.”
Haar uiteindelijke doel is helder: “Een student die naar een docent of stagebegeleider stapt, moet het gevoel hebben: ik word serieus genomen en ik word goed geholpen. Dat is wat ik met de leermodule StageHeld wil bereiken.”
Lees hier het uitgebreide interview met Sara over StageHeld.
StageHeld wordt binnenkort gelanceerd voor alle mbo-stageprofessionals in samenwerking met de MBO Raad.
Fien, Melisa en Ashley, drie oud-studenten van mboRijnland, hebben op Prinsjesdag een bijzondere opdracht. De Skills-finalisten van 2026 zijn door WorldSkills Netherlands gevraagd om Kamerleden te verwelkomen, knippen en te laten stralen op deze bijzondere dag van het politieke jaar.
De ochtend van Prinsjesdag begint voor veel politici net even anders dan anders. Terwijl in Den Haag de laatste voorbereidingen voor de Troonrede plaatsvinden, kunnen Kamerleden nog even naar de kapper of schoonheidsspecialist om tiptop verzorgd aan de dag te beginnen. Fien, Melisa, Ashley zijn een van de Skills Heroes-finalisten die in de vroege ochtend daarbij helpen.
Fien uit Leidschendam rondde dit jaar de opleiding Allround Schoonheidsspecialiste af. Zij mag de make-up verzorgen. Per persoon krijgt ze ongeveer een half uur de tijd. “Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de politici er verzorgd en mooi uitzien op deze bijzondere dag.”
Ze weet vooraf niet wie in haar stoel plaatsneemt, dat maakt het extra spannend. “Je ontmoet mensen die je normaal niet zomaar tegenkomt. Tegelijkertijd vind ik dat juist ook heel leuk en een uitdaging!”, vertelt Fien enthousiast. Inmiddels werkt Fien bij Babassu, waar ze haar kennis en ervaring in het vak verder ontwikkelt.
Interessante gesprekken
Ook kapper Melisa uit Leiden kijkt uit naar deze dag. Ze mag de haren van ministers en staatssecretarissen verzorgen, van knippen tot stylen. “Supervet! Ik vind het vooral echt leuk dat we alsnog gevraagd worden voor zulke mooie dingen, ook al zijn we al afgestudeerd.”
Voor Melisa is niet alleen het verzorgen van het haar bijzonder. Ze kijkt ook uit naar de gesprekken die ontstaan terwijl ze aan het werk is. “Het lijkt me best interessant hoe dat gaat en waar het gesprek dan over gaat.” Het spannendste moment? Dat is waarschijnlijk wanneer de eerste persoon in haar stoel plaatsneemt.
Melisa werkt inmiddels bij kapsalon Sjenkels. Naast haar werk volgt ze trainingen en werkt ze mee aan projecten en evenementen. Juist die afwisseling vindt ze leuk.
“Niet iedereen maakt dit mee”
Ashley, opgeleid tot gastvrouw en twee keer finalist bij Skills Heroes, helpt ook mee tijdens Prinsjesdag. Op de dag zelf hoort de Katwijkse wat ze precies moet doen en wat haar taak is. Ze verwacht vooral gasten te verwelkomen en hen te voorzien van een hapje en drankje.
“Het leukste van de dag lijkt mij iedereen te verwelkomen en te laten zien waarom ik er mag staan. Niet iedereen maakt dit mee. Eigenlijk vind ik alles wat ik als gastvrouw mag doen superleuk.”
Ashley ervaart nog geen spanning. Ze vindt het vooral gaaf dat ze opnieuw iets mag doen voor WorldSkills Netherlands en dat ze een aantal Kamerleden mag ontmoeten. Na haar opleidingen Gastvrouw van niveau 2 tot en met 4, werkt ze nog altijd met veel plezier bij Casa Cara in Katwijk.
Bijzondere erkenning voor vakmanschap
De uitnodiging van WorldSkills Netherlands om mee te helpen met Prinsjesdag is een eervolle taak. Het laat zien dat ook na de vakwedstrijden Skills Heroes hun talent en vakmanschap worden gezien en gewaardeerd. De dames kijken alle drie enorm uit naar morgen.
Lees hier het aanvullende nieuwsbericht op Leidsch Dagblad Luister hier de uitzending van Centraal+ Bekijk hier de Instagram post van minister Economische Zaken en Klimaat
Wij gebruiken cookies om de website te verbeteren en om gepersonaliseerde inhoud en advertenties aan te bieden. Met cookies verzamelen wij informatie over jou en volgen we jouw internetgedrag binnen. Hiermee passen wij onze website en communicatie aan op jouw voorkeuren. Ook kunnen we zo gerichte advertenties laten zien op basis van jouw recente internetgedrag.
Functioneel
Always active
Functionele cookies helpen een website bruikbaar te houden, door basisfuncties als paginanavigatie en toegang tot beveiligde gedeelten van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet naar behoren werken.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Analytisch
Deze cookies worden gebruikt om te zien hoe bezoekers de website gebruiken, bijv. analytische cookies. Deze cookies kunnen niet worden gebruikt om een bepaalde bezoeker direct te identificeren.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers te volgen wanneer ze verschillende websites bezoeken. Hun doel is advertenties weergeven die zijn toegesneden op en relevant zijn voor de individuele gebruiker.