Categorie archieven: Zorg

Désirée Bierlaagh geïnstalleerd als practor

Woensdag 30 juni is Désirée Bierlaagh van het CIV Welzijn & Zorg na haar practorale rede geïnstalleerd als practor. Hiermee is zij de eerste practor van mboRijnland. Het welzijns- en zorglandschap staat voor een enorme uitdaging. Vragen worden steeds complexer en het arbeidsmarktvraagstuk is groot. Praktische wijsheid is essentieel, zo stelt Bierlaagh in haar rede, om te bewegen naar het goede doen voor mensen in zorg en welzijn, goed werk en goed leren.

Als practor verrichtte Bierlaagh onderzoeken bij projecten van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn & Zorg. Een samenwerkingsverband tussen welzijns- en zorginstellingen, overheid en onderwijs. Het is nodig om tot duurzame oplossingen te komen, die passen bij nieuwe opvattingen over gezondheid, beroepen in welzijn en zorg én de identiteit en ontwikkeling van deze beroepen. Dat is waar het CIV Welzijn & Zorg voor staat en met alle partners samen aan werkt.

De o van onderzoek

“Een samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers, met nog een vierde o, namelijk die van onderzoek”, licht Otto Jelsma, voorzitter van het College van Bestuur, mboRijnland in zijn openingsspeech toe. “Met het positioneren van het practoraat binnen het CIV Welzijn & Zorg, wordt onderzoekend geleerd en het belang van onderzoek onderstreept. Mooi om te zien dat steeds meer partijen zich willen verbinden aan zo’n samenwerkingsverband.”

In haar practorale rede vertelt Bierlaagh dat werken in welzijn en zorg altijd relationeel is. “Je stemt voortdurend theoretische kennis en jouw eigen praktische ervaring af, zodat je het goede doet voor die mens en in die bepaalde situatie. Die praktische wijsheid van een mbo’er, waarin je afwegingen maakt om aan te sluiten bij wie de ander is en wat voor hem op het spel staat, maakt het verschil. En vergis je niet hoe belangrijk dat is, want mbo’ers vormen een grote groep onder werkenden in de welzijn en zorg.”

Out of the box

Wat praktische wijsheid is, legt mboRijnland docent Nellie Klaasen uit aan de hand van een voorbeeld. “Door de online lessen tijdens de lockdown zaten veel studenten er doorheen. Draai het om, zei ik. Waar jij nu doorheen gaat, gaan anderen ook doorheen. Hoe kun je hen helpen? Ze kwamen met tal van oplossingen en voerden ze uit, zoals bewegen met ouderen. Praktische wijsheid van mbo’ers vertaalt zich vooral in out of the box denken.” Jan Iedema, wethouder bij de gemeente Zoetermeer en partner van het CIV Welzijn & Zorg: “Wanneer je ze de vrijheid geeft om anders te denken, zie je direct nieuwe en creatieve ideeën ontstaan. No box denken dus.”

Directeur van kinderopvangorganisatie Eigen&Wijzer, Mirjam Companjen vertelt dat zij zelf als mbo’er is begonnen. “Het begint bij geloof in jezelf. Mensen hebben een bepaald beeld bij mbo. Mijn personeel, grotendeels mbo’ers, krijgt de mogelijkheid een opleiding te volgen naast hun werk. Hierdoor leren ze in de praktijk. Je ziet mensen groeien. Emancipatie van mbo’ers is een belangrijk gevolg van het ontwikkelen van en ruimte geven aan praktische wijsheid.”

Het practoraat en het CIV Welzijn & Zorg willen realiseren dat mbo’ers tijdens hun opleiding worden ondersteund in het ontwikkelen van praktische wijsheid. Bierlaagh: “Hen zo opleiden dat zij met plezier hun werk (blijven) doen, geboeid door het vak, door gezamenlijke inspanningen van onderwijs en werkveld. Daarnaast gaat een aantal docenten en werkveldmedewerkers binnen de kenniskring van het practoraat aan de slag als verbindingsofficier. Zij pikken onderzoeksvragen op in de praktijk, doen actieonderzoek en helpen met het verspreiden van kennis.”

Het antwoord op de vraag of praktische wijsheid van mbo’ers het verschil maakt? Bierlaagh: “Nou en of! Maar dat verschil maken kunnen zij niet alleen, het is een opgave van ons allemaal. Ieder van ons is kwetsbaar en veerkrachtig, ieder is zorggever én zorgontvanger. Erachter komen wat voor praktische wijze mbo’ers in welzijn & zorg zinvol is, en wat hen helpt en voor hen werkt, dat gun ik hen en vooral ons allemaal.”

 

Het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Welzijn & Zorg (CIV) is een regionaal samenwerkingsverband tussen instellingen in het onderwijs, de zorg- en welzijnssector en diverse gemeenten. Samen met zo’n 40 partners werken we aan welzijn- en zorgoplossingen van de toekomst. Ook werken we aan ontwikkeling en groei van medewerkers, zodat zij bijdragen aan deze oplossingen. Gericht op welzijn first en technologie in de zorg. Dit doen we onder meer via werkplekleren en moderne leertechnologieën. Dit maakt het CIV Welzijn & Zorg het kloppend hart van hybride leren, modulair onderwijs en praktijkonderzoek. Kijk voor meer informatie op https://civ-welzijnenzorg.nl/.

Onderzoek studenten Agogisch medewerker mboRijnland: neem de tijd om meerwaarde zorgtechnologie uit te leggen

Laat ouderen zelf testen en ervaren hoe zorgtechnologie kan bijdragen aan hun zelfstandigheid. Het is daarbij belangrijk dat zorgverleners de tijd nemen om een concrete uitleg te geven. Het zijn belangrijke conclusies van een onderzoek van onze studenten Agogisch medewerker GGZ voor het Experimenteerhuis Zoetermeer.

Het experimenteerhuis is een mobiele buurtkamer waar (jong)senioren elkaar kunnen ontmoeten en samen met studenten en zorgmedewerkers kunnen praten over de zorgtechnologie, voorzieningen en begeleiding die nodig zijn om zo lang mogelijk zelfstandig en gezond te wonen en te reizen.

Hoe motiveren voor zorgtechnologie
Onder begeleiding van docent Nellie Klaassen onderzochten de studenten Agogisch medewerker GGZ de vraag hoe je ouderen kunt motiveren om zorgtechnologie te ervaren en te beleven. Uit hun onderzoek blijkt dat ouderen wat weerstand tegen zorgtechnologie. Dit komt vaak door onwetendheid over de mogelijkheden. Ook zijn ze bang dat ze door het gebruik van zorgtechnologie minder sociale contacten hebben en vereenzamen.

Ervaren en duidelijke uitleg
De studenten onderzochten vervolgens hoe ze deze onbekendheid en angst kunnen wegnemen. Hun conclusie luidt dat het belangrijk is dat ouderen de zorgtechnologie zelf kunnen testen en ervaren. Daarbij is een persoonlijke, duidelijke en geduldige uitleg nodig, ondersteund met illustraties en filmpjes. Die voorlichting moet bij voorkeur gegeven worden door een leeftijdsgenoot die al positieve ervaringen heeft met de technologie. De zorgtechnologie moet bovendien passen bij de vraag en leefsituatie van de oudere. Het is daarbij aanbevelenswaardig om te beginnen met eenvoudige technologie.

Ook zorgverleners terughoudend
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat ook zorgverleners terughoudend zijn om zorgtechnologie in hun werk te gebruiken. Ze zijn niet altijd goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en bang dat de technologie hun werk gaat overnemen. De studenten adviseren zorginstellingen daarom om de tijd te nemen om hun medewerkers te informeren over de waarde van zorgtechnologie voor hun werk en de postieve gezondheid van hun cliënten. “Jongere collega’s kunnen daarbij een belangrijke rol bij spelen. Die zijn vaak beter op de hoogte van de laatste ontwikkelingen”, aldus student Fekry Gadelrab.

Gemeente blij met uitkomsten
Vivianne Helderman, projectmanager Stedelijke Kenniseconomie van de gemeente Zoetermeer, sprak haar dank uit voor het onderzoek van de studenten. ‘Ze zijn van grote waarde voor het Experimenteerhuis en het streven van de gemeente om de senioren in de stad te ondersteunen bij het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen leven en werken. We hebben echt wat aan het onderzoek van de studenten!’

Experimenteerhuis
Het Experimenteerhuis is een samenwerkingsproject van de gemeente Zoetermeer, de Coalitie Slimmer Thuis, jongsenioren, de Centra voor Innovatief Vakmanschap Welzijn & zorg en Smart Technology, de Haagse Hogeschool en mboRijnland en Het is onderdeel van het living lab zorginnovatie van de gemeente Zoetermeer. Hierin zoeken inwoners, onderwijs, de gemeente, maatschappelijke instellingen en ondernemers naar oplossingen voor de gevolgen van de vergrijzing in Zoetermeer.

Eerste EMEU-netwerkconferentie in het Finse Jyväskylä een groot succes

Sinds een paar jaar neemt mboRijnland deel aan het EMEU-concept. EMEU staat voor European Mobility in Europe. In negen jaar is dit concept uitgegroeid tot een volwassen netwerk van EU-scholen uit Nederland, Engeland, Finland, Duitsland, Denemarken en Spanje. De scholen hebben in samenwerking met bedrijven en instellingen virtuele activiteiten en studiemodules ontwikkeld voor verschillende beroepssectoren. mboRijnland is momenteel met vijf opleidingen (Kinderopvang, Medewerker Maatschappelijke zorg, ICT, Automation en Bouwkunde) betrokken en dit aantal zal ongetwijfeld nog toenemen.

 

In nog geen anderhalf jaar tijd hebben bijna 1.500 studenten dankzij een EMEU-concept virtueel en/of fysiek de kans gekregen een internationale ervaring op te doen. Voor de opleiding Welzijn betekende dit concreet dat er studenten in het buitenland modules volgden met sprankelende Engelse titels als ‘Nature as an environment of growing’, ‘Health and wellbeing of children under 7’, ‘ICT in early years ‘, ‘National recommendations on physical education of children’.

 

mboRijnland heeft de module ‘Childparticipation’ ontwikkeld en zal in het voorjaar de module ‘Bilingualism’ aanbieden aan buitenlandse studenten. Daarnaast hebben vorig jaar ongeveer 75 Welzijn studenten deelgenomen aan een virtuele activiteit samen met studenten uit Engeland en Finland.

 

Tijdens de eerste EMEU-netwerkbijeenkomst van 26 tot 30 november 2019 werd voor alle betrokken partners nog eens duidelijk dat onafhankelijk de grootte van hun college, zij geweldige resultaten hebben geboekt op het gebied van leermobiliteit. Door de veertien beroepsteams is opnieuw gewerkt aan de voorbereiding van een nieuw jaar van EMEU-activiteiten.

 

In 2020 wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om in een nieuw KA2-project (EMEU Cross-over) mbo-teams die al betrokken zijn in het huidige netwerk met elkaar te laten samenwerken zoals bijvoorbeeld Techniek en Gezondheidszorg, Horeca en Detailhandel en Sport en Welzijn. In oktober 2020 zal mboRijnland de netwerkbijeenkomst organiseren. De informatie over dit bijzondere concept is te vinden op www.em-eu.eu.

 

Linda Veldhuijzen van Zanten is een HIT – Stem haar naar nummer 1

‘Onze’ Linda Veldhuijzen van Zanten, docent Verpleegkunde, is genomineerd voor de titel High Impact Teacher, ofwel HIT. Dit is een wedstrijd voor docenten uit het mbo en hbo in Nederland. Van alle nominaties zijn er 3 overgebleven, waarvan Linda de enige is uit het mbo. Daar kunnen we trots op zijn. Neem daarom even de moeite en stem op Linda, zodat zij de winnaar wordt dit jaar. Stemmen kan tot 21 november.

Voor je stemt, kun je in een filmpje zien waarom Linda is genomineerd. En hoe zij reageerde op deze verrassing. Dat leggen collega’s en studenten uit. In het kort komt het erop neer dat Linda dicht bij zichzelf blijft, eerlijk is, aandacht geeft aan de studenten en probeert te ontdekken waar hun talenten liggen. Linda: “Samen met de studenten probeer ik dan een route uit te stippelen naar realisatie van hun dromen. Als je eerlijk bent en de studenten laat zien welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn, dan gaan ze je vertrouwen omdat je waarmaakt wat je zegt.”

Linda vervolgt “Kennis hebben van de opleiding, het beroep waar ze voor leren en duidelijk zijn helpen daarbij. Wanneer ik lesgeef besteed ik tijd aan de voorbereiding, zodat de doelen van een les voor iedereen helder zijn en er verschillende werkvormen zijn gedurende de les. Aan het einde kom ik terug op de doelen en bepalen we samen of ze gerealiseerd zijn.”

Opa en Oma Dag op mboRijnland

Praten: niets zo belangrijk in de samenleving als dat. In de zorg al helemaal. Om de kloof tussen jong en oud te overbruggen, nodigde mboRijnland in Alphen aan den Rijn opa’s en oma’s uit om met eigen ogen te zien wat hun kleinkinderen leren bij de opleiding Verpleegkunde. ‘Het is geweldig werk.’

‘Er komen veel meer aspecten bij het vak kijken, maar het simpele gesprekje met de patiënt was voor mij dé reden om in de verpleging te gaan. Het is zó belangrijk: hoe gaat het met u, kan ik iets voor u doen?’ Aan het woord is Hans Ydema, van origine verpleegkundige en nu opleider van de nieuwe generaties verplegers. De Opa en Oma Dag van mboRijnland is zijn initiatief. ‘Ze doen het op het kinderdagverblijf en op de basisschool, dus ik dacht: waarom doen wij het niet?’ Plan was om een of twee ouderen uit te nodigen, maar algauw wilden zo veel studenten hun grootouders erbij hebben dat er op 18 oktober zo’n twintig de eerste Opa en Oma Dag bijwonen. ‘Het is flink uit de hand gelopen en daar ben ik best een beetje trots op’, lacht Ydema.
Het leidt tot een geanimeerde middag, waarbij studenten demonstreren hoe zij zorgtaken verrichten en tekst en uitleg geven. Ook zijn er workshops van onder meer een kapper en een nagelstylist en is er een demonstratie van hulpmiddelen. Studenten Helpende Zorg en Welzijn voorzien de gasten van drankjes. Oma Corrie Gabriëls is blij dat ze erbij is. ‘Twee kleindochters zitten hier op school en ze komen altijd met verhalen over hun opleiding. Nu heb ik er een beeld bij.’ Een goed initiatief dus, vindt ook kleindochter Femke Gabriëls. ‘Ik kan opa en oma alles laten zien en uitleggen. Dat praat een stuk makkelijker.’

Elvis en Boef
Studenten hangen aan de lippen van ouderen die hun verhaal vertellen. ‘Dat is precies wat we willen bereiken’, zegt Ydema. ‘Door te praten ga je elkaar begrijpen, maar praten is wel iets wat je moet oefenen.’ Hij heeft met dia’s de generatiekloof inzichtelijk gemaakt: de jongeren kennen Margaret Thatcher en Elvis Presley niet, de ouderen weten niet wie Boef en Famke Louise zijn. ‘Dus kun je veel van elkaar leren. Niet alleen onze studenten van de opa’s en oma’s, het werkt ook andersom: wat betekent het om in deze tijd jong te zijn?’ Tevreden constateert hij: ‘De verhalen van de ouderen maken indruk.’

De Opa en Oma Dag kan rekenen op veel enthousiasme van de aanwezigen en is voor herhaling vatbaar. Doel van mboRijnland is de maatschappij in de school te halen, met innovatief en inclusief onderwijs. Iedereen is onderdeel van de maatschappij, dus ook ouderen. Bovendien krijgen de studenten in hun werkende leven veel met ouderen te maken. Oma Corrie vindt het mooi wat Femke doet, al weet ze dat het soms wordt ondergewaardeerd. ‘Verpleegkundige is een geweldig beroep, ze zijn hartstikke nodig.’ Over de salarissen in de zorg zegt Femke: ‘Misschien wordt het beter als ik van school kom, maar als een zieke gezond naar huis kan word ik daar veel blijer van dan van een berg geld.’

Eerste studenten halen branchediploma Kraamzorg

Veertien medewerkers van Kraamzorg De Waarden hebben de brancheopleiding Kraamzorg bij mboRijnland met succes afgerond.

Een diplomering in de zorg is omgeven door plechtige momenten. Na een half uur moesten alle studenten opstaan. Docent Hanny de Bruin-van der Wolk van mboRijnland las de eed voor, die alle verzorgenden en verpleegkundigen moeten afleggen. Het was doodstil in de zaal. Hier gebeurde wat, je voelde het. Zelfs de kinderen hielden op met rennen en spelen. Alle student beloofden dat ze zich tijdens hun werk aan de eed zouden houden. Daarna mochten ze hun diploma ondertekenen en hun officiële speldje in ontvangst nemen. Die werd opgespeld door een praktijkbegeleider van De Waarden of Hanny, die uitlegt dat het speldje alleen mag worden opgedaan door iemand die in dezelfde richting een opleiding van vergelijkbaar of hoger niveau heeft gevolgd

Samen ontwikkeld

De brancheopleiding kraamzorg duurt anderhalf jaar en is erkend door het College Zorg Opleidingen (CZO). Het onderwijstraject is ontwikkeld door contract- en gezondheid van mboRijnland in zeer nauwe samenwerking met De Waarden. “Een echt maatwerktraject”, noemt accountmanager Margot Röst de opleiding. Ze is erg enthousiast over de inzet van De Waarden. “Ze hebben niet alleen meegedacht over het programma. Ook hebben ze tijdens de lessen hun expertise ingezet. Zo heeft hun lactatiekundige lessen gegeven. Ook hebben ze een communicatietraining met een acteur gegeven en een training vroegsignalering aangeboden. Het is een geweldig voorbeeld van cocreatie.”

Ook docent en ontwerper Hanny de Bruin is positief over de samenwerking met De Waarden. “We hebben het echt samen gedaan. Het curriculum ontwikkelen, de opdrachten selecteren , de lessen en begeleiding vormgeven. Het is ook bijzonder om te zien hoeveel begeleiders De Waarden heeft ingezet.” Zoeken was het soms wel. “Het hele programma was nieuw. Alles moesten van de grond af opbouwen. Maar we zijn er prima uitgekomen.”

Dat beaamt Marianne van IJzendoorn, manager bij Kraamzorg De Waarden. We hadden de opdrachten goed uitgezet bij de studenten, maar toen zij die af hadden, keken we elkaar aan. Wie moest die opdracht eigenlijk beoordelen? De school? Wij? Maar ook voor dat soort zaken vonden we snel een oplossing. Dat kwam door de korte lijntjes die we hadden. Een appje sturen en we kregen antwoord.”

Pittig traject

Het was een intensief traject voor de studenten, voornamelijk herintredende vrouwen. De intensiteit begon al bij de start, vertelt Marianne van IJzendoorn, manager van Kraamzorg De Waarden. “Ze moesten door een soort selectiestraat, die een hele dag duurde. Eerst een sollicitatiegesprek, daarna verschillende testen op de computer en tenslotte rollenspelen, waarin de kandidaten werden geobserveerd door twee kraamverzorgenden.” Daarna was het volgens hard werken en veel leren. “De studenten werkten zes weken bij gezinnen, eerst toekijkend, daarna onder begeleiding en tenslotte zelfstandig, met gediplomeerde kraamverzorgers op afstand. Na die zes weken hadden ze één week school bij mboRijnland.” Ze is ontzettend trots op haar werknemers. “De meiden hebben het pittig gehad, hoor. Ze hebben zelf een gezin, kinderen, een huishouden, en dan ook nog een baan en een opleiding. Ga er maar aanstaan. Maar ze hebben een enorm doorzettingsvermogen, geweldig om mee te maken.” Hanny is blij dat de vrouwen het traject met succes hebben afgerond: “Ze hebben met deze opleiding echt voor zichzelf kozen. Nu zijn wij aan de beurt, was hun insteek. Het is dan des te mooier dat ze hun eigen doelstelling hebben behaald.”

Onzekere jonge ouders helpen

Ook studente Miranda van der Star erkent dat de opleiding intensief was. Ze zet haar jongste zoon even recht op haar schoot. “Vooral de nachtdiensten waren zwaar.” Maar ze geniet van het werk. “Het is heel mooi om jonge ouders te mogen ondersteunen bij de verzorging van hun kinderen. Ze zijn vaak nog heel onzeker over wat ze precies moeten doen. Hoe doe je een kind eigenlijk veilig in bad? Hoe zorg je dat hij gezond eten krijgt? Het is fijn om ze daarbij te helpen. Je ziet de ouders dan steeds meer zelfvertrouwen krijgen. Uiteindelijk kijken ze me weg. Dan is mijn werk geslaagd. Ik moet niet meer nodig zijn.” Haar zoontje kijkt grijnzend in de camera. Hij knikt als hem gevraagd wordt of hij ook trots op zijn moeder is. Hij duwt zijn hoofd tegen het hare.

De afwisseling van het werk vindt Miranda ook leuk. “Ieder gezin is verschillend.” Afscheid nemen van een gezin vindt ze niet lastig. “Ik ben best professioneel wat dat betreft. En daarna komt een nieuw gezin, dat is een leuke gedachte.” Ze heeft veel geleerd bij mboRijnland. “Over het geven van voorlichting aan gezinnen, communicatie, allerlei verzorgende handelingen. Heel leerzaam.”

Inspirerende werkveldbijeenkomst CIV Welzijn & Zorg

Urgentie smeedt hechte verbindingen. Dat blijkt uit de warme begroetingen en de geanimeerde gesprekjes voorafgaand aan de werkveldbijeenkomst van het CIV Welzijn & Zorg op 24 januari in het gemeentehuis van Alphen aan den Rijn. De ruim tachtig aanwezigen zijn nieuwsgierig. Willen elkaar inspireren en goede ideeën opdoen. De urgentie is er. Welzijn & Zorg wordt al de tekortsector genoemd. Het Centrum voor Innovatief Vakmanschap wil innovatieve, duurzame oplossingen voor het grote personeelstekort realiseren. Projectideeën zijn er volop.

In het CIV Welzijn & Zorg hebben zorg- en welzijnsorganisaties én vijf gemeenten in de brede regio Leiden zich verbonden aan mboRijnland. Een van die gemeenten is Alphen aan den Rijn. Wethouder Han de Jager – hij heeft Zorg & Welzijn in zijn portefeuille – heet iedereen welkom. “De wereld van welzijn en zorg is enorm aan het veranderen. Zij heeft dringend een innovatie-impuls nodig. Een impuls die gestalte kan krijgen in een hechte samenwerking zoals dit CIV. De partners van het CIV staan met de voeten in de klei en leiden tegelijkertijd goede mensen op. Vanmiddag laten jullie zien waartoe dit kan leiden.”

Inspirerende vergezichten

Het Regionaal Investeringsfonds wil het CIV subsidiëren. Een blijde ontwikkeling die ruimte geeft aan de realisatie van mooie projecten. Voordat de aanwezigen daarover worden bijgepraat, presenteert Annette van Krimpen, programmadirecteur CIV Welzijn & Zorg, de nieuwe huisstijl van het CIV. Deze wordt met applaus onthaald.

Innovatief vakmanschap. Het klinkt mooi. Maar in welke richting moet dat vakmanschap zich dan gaan bewegen in de nabije toekomst? Daarover krijgen de aanwezigen een boeiende presentatie van Astrid Westerbeek. Zij is directeur Research van FWG, het adviesbureau voor de zorg. Zij schetst inspirerende vergezichten als het gaat om een veranderende opvatting van welzijn en zorg, technologische innovaties, nieuw personeelsbeleid en een veranderende overheidsbemoeienis.

‘Dit voelt al als een succes’

Daarna verdelen de aanwezigen zich rond vier statafels achter in de zaal. Zij praten daar over twee succesvolle projecten én over hoe hybride leren, practoraat en modulair onderwijs de CIV-projecten kunnen ondersteunen.

Een van die projecten is het lerend wijkcentrum Teylingen. Margriet Duijvenvoorden is sociaal makelaar binnen Welzijn Teylingen. “In het wijkcentrum willen we met inzet van studenten de zelfredzaamheid van de mensen bevorderen. Voor ons is het CIV heel belangrijk. mboRijnland levert ons de studenten. De partners leveren de projecten die de studenten in het lerend wijkcentrum kunnen uitvoeren. Zo komen we tot een leefbaarder wijk.” Een succes? Lachend: “We moeten nog beginnen. Maar omdat we alles goed hebben voorbereid en gevisualiseerd, voelt het nú al als een succes!”

Grote betrokkenheid

Aan een andere statafel vertelt Margriet Vaessen over het project van Zorgpartners om te komen tot een grotere arbeidsparticipatie van statushouders binnen de zorgorganisatie. “We voeren intakegesprekken waaruit blijkt hoeveel affiniteit deze mensen met de zorg hebben. Wie verder gaat in het proces krijgt een assessment. Er zitten verschillende niveaus bij elkaar. Dat is een uitdaging. Ook een goede werkbegeleiding vinden we erg belangrijk. Wat dit project succesvol maakt, is de grote betrokkenheid van de gemeente, onze zorgorganisatie en mboRijnland. We hebben samen hetzelfde doel. En we willen daar met z’n allen echt voor gaan.”

‘Wat een energie …!’

Annette van Krimpen staat tussen de vier statafels glimlachend toe te kijken. “Dit is top! Wat een energie voel je hier stromen! Mensen zijn nieuwsgierig naar elkaar. Partners inspireren partners. Dat is precies waarvoor een werkveldbijeenkomst is bedoeld.”

CSS Breda en mboRijnland ontwikkelen werkplekleren en nieuwe leertechnologie

CSS Breda, mboRijnland en diverse zorg- en welzijnsinstellingen ontwikkelen samen een nieuwe methode en leertechnologie voor een innovatieve praktijkleerroute voor BBL-studenten. Otto Jelsma, voorzitter College van Bestuur van mboRijnland, en Rens van den Berg van CSS Breda ondertekenden daarvoor op woensdag 19 december een samenwerkingsovereenkomst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor (vlnr): Otto Jelsma (mboRijnland) en Rens van den Berg (CSS Breda). Achterste rij (vlnr): Annette van Krimpen (mboRijnland), Neltien Kreijger (FLorence) en Sonja Jong (mboRijnland)

De branches welzijn en gezondheidszorg veranderen door de snelle technologische ontwikkelingen in de samenleving. Robotisering, sociale media, biomedische nanotechnologie en kunstmatige intelligentie hebben grote invloed op het werk in deze sectoren. Het is belangrijk dat welzijns- en zorgprofessionals deze veranderingen een plek weten te geven in hun werk en houding. Dat vraagt om nieuw onderwijs. Leren in een leslokaal op school voldoet niet meer. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leren in de praktijk een hoger leerrendement oplevert. CSS Breda, mboRijnland en instellingen gaan dit samen vormgeven in werkplekleren met leertechnologie. Dat onderwijs gaat in het nieuwe studiejaar 2018-2019 van start, onder andere bij zorginstelling Florence.

Bouwen van netwerk bij werkplekleren

Werkplekleren vindt plaats in een zorginstelling. 'Daar vinden het leerproces, onderwijsproces en beoordelingsproces plaats.' Werkplekleren is anders dan de huidige leerafdelingen van mboRijnland. 'Studenten doen dan praktijkervaring op in slechts één afdeling,' vertelt Rens van den Berg. 'In werkplekleren werken de studenten in een netwerk, met collega's en medestudenten van verschillende afdelingen. Het onderwijs dat ze daar krijgen is altijd gekoppeld aan de praktijkervaringen die ze dagelijks opdoen.'

In de nieuwe onderwijsroute werken de studenten in de praktijk. Ze komen onder leiding van een docent iedere dag 2 uur samen in de leerruimte op locatie van de zorgpartner(s) van mboRijnland. Tijdens deze dagelijkse bijeenkomsten bespreken en analyseren de studenten praktijksituaties waarmee ze te maken hebben gehad. Ook leggen de studenten en docent een verbinding met de competenties die de studenten moeten leren en de eisen die het kwalificatiedossier van de opleiding stelt. Gedurende het Leertraject verzamelt de student bewijsmateriaal waarmee hij aantoont dat hij alle vereiste competenties beheerst.

 

Vernieuwende beeldtafel

In het werkplekleren wordt gebruik gemaakt van leertechnologie. Dit zijn werkvormen die gebruik maken van ICT en andere moderne technologische ontwikkelingen. Te denken valt hierbij aan: beeldactie, reflectie in beeld, beeldend Leren, de Peer Feedback Community en de Leergame.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Docent Sonja Jong werkt al met de beeldtafel. 

​Op dit moment werkt docent Sonja Jong in de ALA Gastvrijheid al met de innovatieve beeldtafel. Dit is een enorme interactieve tablet in de vorm van een statafel. 'Ik heb een film gemaakt met heel veel beelden die te maken hebben met gastvrijheid. Iedere student selecteert door de tikken op het scherm zes beelden die voor hem of haar het meest symbool staan voor gastvrijheid. Onder leiding van de docent gaan de studenten aan de hand van de gekozen beelden met elkaar in gesprek over de gemaakte keuzes en hun visie op gastvrijheid.' Sonja is erg positief over deze werkvorm. 'Studenten zijn heel enthousiast en gedreven. Ze zijn heel geconcentreerd en worden helemaal niet afgeleid. Die tafel brengt echt hele fundamentele gesprekken op gang.' Ze balt haar vuisten. 'Studenten zijn hierbij heel fanatiek. Niet zo gek, zij bepalen welke beelden worden gekozen, zij hebben de regie in handen.'

Neltien Kreijger, praktijkopleider van Florence, herkent dit enthousiasme: 'Wij gebruiken de beeldtafel bij onze interne cursussen en trainingen. 'Het werkt. Mensen in de zorg zijn vooral beelddenkers en minder gericht op teksten. De beelden blijven langer hangen. Bovendien zijn ze herkenbaar. De studenten zien hun eigen praktijkervaringen terug. Dat vergroot het rendement van het leerproces.'
 

Docenten trainen tijdens voorbereidingen

De komende maanden beginnen mboRijnland en CSS Breda met de voorbereidingen van het opzetten van werkplekleren en leertechnologie. Daarbij worden docenten van mboRijnland geschoold naar expert werkplekleren om de methodiek en denkwijze van het werkplekleren door te geven aan collega's en praktijkopleiders in het werkplek. Otto Jelsma ziet het belang in van werkplekleren en nieuwe leertechnologie: 'De ontwikkelingen in de samenleving gaan snel. Dat vraagt om onderwijs waarin de beroepspraktijk in de volle breedte zichtbaar is. Werkplekleren is hiervan een belangwekkend voorbeeld.' Werkplekleren en leertechnologie gaan in het nieuwe studiejaar 2018-2019 van start. Ook Annette van Krimpen, directeur van het MBO College Welzijn en penvoerder van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg, is positief over de samenwerking tussen CSS Breda, Florence Academie en mboRijnland: 'Dit traject zorgt niet alleen voor een betere verbinding tussen praktijk en onderwijs, maar ook voor een leerroute die voldoet aan de eisen van de onderwijsinspectie en bovendien zorgt voor een goede borging van de resultaten en leercurve van de studenten.'
 

Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg

De samenwerking tussen CSS Breda, mboRijnland en de Florence Academie vindt plaats in het kader van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg, waar mboRijnland penvoerder van is. In het CIV werken ene groot aantal instellingen uit de zorg- en welzijnssector en mboRijnland samen aan het oplossen van opleidingsvraagstukken binnen welzijn en zorg. Dat gebeurt door middel van het ontwikkelen van modulair en certificeerbaar onderwijs, hybride onderwijs in (wijk)labs en een practoraat.

Subsidie voor innovatieve oplossing personeelstekort in welzijn en zorg

Hoe los je het enorme personeelstekort in de zorg- en welzijnsbranche op? Hoe bereid je medewerkers goed voor op de snel veranderende sector? Bijna alle zorg- en welzijnsinstellingen worstelen met die vragen. Het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Welzijn en Zorg (CIV W&Z) heeft de oplossing: meer instroom van personeel én personeel dat goed kan omgaan met de innovaties in de zorg. De minister heeft vanochtend bekend gemaakt dat het samenwerkingsverband tussen 40 werkgevers, onderwijs en gemeente kan rekenen op een subsidiebijdrage uit het Regionaal Investeringsfonds mbo.

Het CIV W&Z is een regionaal samenwerkingsverband tussen instellingen in het onderwijs, de zorg- en welzijnssector en de gemeenten Alphen aan den Rijn, Gouda, Leiden, Woerden en Zoetermeer. De 40 partijen hebben de handen ineen geslagen om onderwijs en werkveld beter en sneller op elkaar af te stemmen en het leervermogen van de sector te vergroten. mboRijnland is penvoerder van dit regionale samenwerkingsverband.

Personeelstekorten oplossen

De uitstroom en uitval van personeel binnen de branches Welzijn en Zorg is hoog. Het CIV W&Z ontwikkelt bij- en nascholingen om het werk in de zorg aantrekkelijker te maken en medewerkers meer grip te laten krijgen op de snelle innovaties in de zorg, bijvoorbeeld in de vorm van certificeerbare onderwijsmodules. Daarnaast willen de 40 partijen in het CIV W&Z de interesse in de zorg vergroten. Dat gebeurt door het onderwijs meer in de praktijk te laten plaatsvinden, in de instellingen dus, of via zogenaamde hybride wijklabs waarin studenten en medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen nauw samenwerken aan het versterken van de zorg en het welzijnswerk in de buurten.

Beter voorbereid op veranderingen zorg- en welzijnssector

In het welzijnswerk en de gezondheidszorg speelt de techniek een steeds belangrijker rol. Ook komt welzijn van patiënten en cliënten steeds meer op de voorgrond te staan. Het CIV W&Z ontwikkelt scholingen en opleidingen waarin medewerkers en mbo-studenten in de zorg en het welzijnswerk goed voorbereid worden op deze veranderingen, bijvoorbeeld in de vorm van hybride leertrajecten, een practoraat en praktijkgerichte scholingen. Op deze manier willen de 40 partners in het CIV W&Z het leervermogen van werknemers in de zorg en het welzijnswerk vergroten.

Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg krijgt vorm

​Het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn en Zorg krijgt steeds meer handen en voeten. Ze passen mooi bij de ambitie van het CIV: een doorbraak realiseren voor (opleidings)vraagstukken binnen Welzijn en Zorg. Dat gebeurt samen met partners uit het werkveld, door middel van het ontwikkelen van modulair en certificeerbaar onderwijs, hybrideonderwijs in (wijk)labs en een practoraat. Dit zijn de proposities. De eerste projecten zijn vorige maand al gestart. Aan de propositie ‘Ontwikkelen van modulair en certificeerbaar onderwijs’ wordt al invulling gegeven via de projecten opleiding Zorgtechnicus en Radicaal Vernieuwen – Waarde-vol Onderwijs – een samenwerking met Topaz, DSV | verzorgd Leven en ActiVite. Dinsdag 25 september was hiervoor de startbijeenkomst: ruim 50 studenten zijn bij mboRijnland gestart met een praktijk-leertraject. Benieuwd naar het verslag en de foto’s? Lees verder.

Verder komt in november de klankbordgroep Practoraat Welzijn en Zorg 2030 voor het eerst bijeen om de inhoudelijke contouren hiervoor te schetsen. En om van gedachten te wisselen over de beoogde practor en het wervingstraject. Meer weten over het CIV Welzijn en Zorg? Neem dan contact op.