Categorie archieven: Vertrouwen

Samenwonen met impact: ruim een jaar LLokaal met LEF in het hart van Leiden

Sinds de start in 2017 is mboRijnland partner van het LEF, het Leiden Education FieldLab. Die samenwerking kreeg ruim een jaar geleden een nieuwe impuls toen het LEF introk in LLokaal, de leer- en werkomgeving van mboRijnland aan het Bètaplein in Leiden. Wat begon als een praktische oplossing voor een huisvestingsvraagstuk, is inmiddels uitgegroeid tot een krachtige katalysator voor ontmoeting, samenwerking en innovatie.

Volgens Sanne van der Linden, proceshouder het LEF, was de zoektocht naar een vaste plek al langer gaande. “Vanaf het begin stelden we ons de vraag: blijven we een rondreizend netwerk of kiezen we voor een fysieke plek? Uiteindelijk werd duidelijk dat een vaste basis essentieel is — een soort huiskamer voor de Leidse onderwijsprofessional.” Na meerdere tijdelijke locaties in zeven jaar tijd bracht een aflopend huurcontract de noodzaak om opnieuw te moeten verhuizen in een stroomversnelling. “Inhoudelijk waren we al langer hiernaartoe aan het bewegen”, licht Sanne toe.

Vakmanschap en praktijkkennis onmisbaar

Die beweging werd al vroeg herkend door Otto Jelsma, voormalig bestuursvoorzitter van mboRijnland. Voor mboRijnland paste de inhuizing perfect bij een bredere ambitie: het mbo steviger positioneren in de stad en als volwaardige partner in het Leidse kennis- en innovatienetwerk. Opvolger Frans Möhring ziet dat effect inmiddels duidelijk terug. “Waar het mbo vroeger soms letterlijk en figuurlijk aan de rand zat, zie je nu dat vakmanschap en praktijkkennis onmisbaar zijn voor de stad en de regio. Deze plek maakt dat zichtbaar.”

Sinds de komst van het LEF in LLokaal is de verbinding tussen mboRijnland en andere partners merkbaar intensiever geworden. Docenten sluiten gemakkelijker aan bij uiteenlopende vraagstukken, practoraten en lectoraten weten elkaar sneller te vinden en het mbo wordt vanzelfsprekender betrokken bij nieuwe projecten en initiatieven. Sanne: “Eerst lag de nadruk op het organiseren van de samenwerking. Nu dat staat, kunnen we ons veel meer richten op de inhoud en hoe we daarin samen optrekken.”

Die inhoudelijke samenwerking krijgt inmiddels concreet vorm. Zo presenteerde projectleider Michel van Duijn de Loopbaan Experience — een interactieve installatie die studenten helpt nadenken over hun toekomst — aan de LEF-verkenners. Het idee is om dit concept door te ontwikkelen zodat ook leerlingen uit het voortgezet onderwijs en hbo-studenten er gebruik van kunnen maken. “Hoe mooi zou het zijn als jongeren uit verschillende onderwijsniveaus zich hier oriënteren op hun volgende stap?” aldus Sanne.

Verbinding tussen mensen en ideeën

De impact zit niet alleen in formele projecten, maar juist ook in het informele. LLokaal bevindt zich midden in een leerwerkbedrijf waar studenten koffie schenken, broodjes smeren en mediaproducties verzorgen. Dat zorgt voor een levendige dynamiek. Medewerkers van het Grand Café merken dat dagelijks: er lopen voortdurend mensen in en uit, spreken af, drinken koffie en raken in gesprek. “Voor je het weet ontstaat er verbinding tussen mensen en ideeën,” zegt Sanne enthousiast. “Dat is precies de rol van LLokaal met LEF.”

“Die onderwijsenergie is uniek en duidelijk voelbaar zodra je LLokaal binnenstapt, dat doet iets met het enthousiasme, de ambities en innovatiekracht in het onderwijs”, vult Frans aan.

De samenwerking kende in het begin ook frictie. De flexibele werkwijze van het LEF botste bij de start met de meer gestructureerde processen die horen bij een onderwijsomgeving met studenten. “Dat schuren was intens, maar ook nodig,” blikt Sanne terug. “We hebben echt tijd genomen om van ‘wij en zij’ naar ‘wij samen’ te groeien.” Inmiddels ervaren partners de plek als open, toegankelijk en betekenisvol.

Mooie mijlpalen

Het afgelopen jaar kende bovendien een aantal zichtbare successen en mijlpalen: de gezamenlijke kick-off in LLokaal van Leiden Nationale Onderwijsstad 2025 met een livestream op meerdere locaties, en het Nationale Onderwijsstad-diner in LLokaal met LEF, verzorgd door mbo-studenten van de opleidingen Kok en Gastheer/Gastvrouw. “Dit alles is mede mogelijk gemaakt door de verbindende kracht van de gemeente Leiden”, vult Sanne aan. “Zij spelen een belangrijke rol in de doorontwikkeling van LLokaal met LEF.”

De gemeente ziet duidelijk een toegevoegde waarde van LLokaal met LEF. “Als kennisstad staan we voor samenwerking, vernieuwing en trots op ons onderwijs. LEF laat in LLokaal zien hoe verbinding tussen onderwijs, onderzoek en praktijk leidt tot innovatiekracht voor onze stad,” aldus wethouder kennis Wietske Veltman.

Tegelijkertijd kijken de partners vooruit. Er is commitment van 27 organisaties voor de volgende LEF-fase (2026–2030) en er wordt gewerkt aan een meerjarig huurcontract. De uitdaging ligt nu in het verder verdiepen van de samenwerking: welke ontmoetingen willen partners organiseren, hoe krijgt Leven Lang Ontwikkelen (LLO) concreet vorm, en hoe kan het doen van onderzoek binnen de broedplaats functie van het LEF sterker worden neergezet?

Ambities en dromen

Frans ziet daarnaast kansen om het concept uit te breiden. “Hoe mooi zou het zijn om ook in onze andere vestigingsplaatsen ontmoetingsplekken zoals LLokaal met LEF te creëren?” Sanne droomt ondertussen van nieuwe verbindende initiatieven, zoals een onderwijsfestival op het Bètaplein met alle bedrijven en kennisinstellingen die daar zitten.

Zo groeit LLokaal met LEF steeds verder uit tot een plek waar onderwijs samen wordt gemaakt, gedragen en ontwikkeld – zichtbaar en voelbaar, en midden in de stad Leiden.

Subsidie voor LLO-Collectief Midden-Holland voor versterking basis- en vakvaardigheden volwassenen 

Afbeelding artikel over subsidie LLO-collectief Midden-Holland

Het LLO-Collectief Midden-Holland heeft een subsidie van ruim 2 miljoen euro ontvangen voor het versterken van basisvaardigheden (zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden) en vakvaardigheden van volwassenen. In Nederland zijn 3 miljoen laaggeletterden, van wie de helft Nederlands als moedertaal heeft. Deze volwassenen hebben doorgaans een baan, maar kunnen niet goed lezen en schrijven. Dit staat hun ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het volgen van een opleiding in de weg.

Dankzij deze toekenning krijgen werkenden en werkzoekenden in de regio de kans om hun taal-, reken- en digitale vaardigheden te verbeteren in aansluiting op hun werk of werkcontext, en werk te vinden dat bij hen past.

Praktijkgericht leren dicht bij de werkplek
Deelnemers krijgen persoonlijke begeleiding en kunnen stap voor stap doorstromen naar verdere ontwikkeling, scholing of werk. Werkgevers spelen hierin een belangrijke rol, onder meer via werkplekleren en pilots in verschillende sectoren. Bovendien is extra aandacht voor het versterken van de regionale infrastructuur voor leven lang ontwikkelen.

“We zijn trots op deze toekenning. Deze subsidie geeft een krachtige impuls aan onze gezamenlijke ambitie iedereen de kans te geven zich te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving” aldus Saskia Schenning, lid van het College van Bestuur van mboRijnland. “Door intensieve samenwerking met gemeenten, werkgevers en maatschappelijke partners kunnen we nieuwe kansen creëren voor volwassenen in Midden-Holland en bijdragen aan een inclusieve en toekomstbestendige arbeidsmarkt.”

Sterke regionale samenwerking
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is de subsidieverstrekker. De staatssecretaris benadrukte in de toekenningsbrief de kwaliteit van de regionale samenwerking en de duurzame borging van de aanpak in de infrastructuur van de arbeidsmarktregio. Het LLO-Collectief sluit aan bij bestaande regionale netwerken en plannen zoals de ‘Meerjarenagenda en het regionale plan ‘Een basisvaardige regio Midden-Holland’. Door gezamenlijk te monitoren, te leren en succesvolle aanpakken te delen, blijven de resultaten ook na afloop van de subsidieperiode behouden. Het Collectief is bovendien een open netwerk: nieuwe organisaties kunnen aansluiten.
“Samen met de regio investeren in basisvaardigheden van medewerkers is essentieel voor een sterke en toekomstbestendige arbeidsmarkt”, zegt onderwijswethouder Thierry van Vugt van Gouda, centrumgemeente in de WEB-regio (Wet educatie en onderwijs). “Deze subsidie helpt ons om leren en ontwikkelen laagdrempelig, praktijkgericht en dicht bij inwoners en werkgevers te organiseren.”

Vooruitblik
De komende periode start de uitvoering van de activiteiten en worden de eerste leertrajecten aangeboden. Partners en geïnteresseerde organisaties worden hierbij actief betrokken.

Over het LLO-Collectief
Doel van het LLO-Collectief is om leren toegankelijker en aantrekkelijker te maken en de mogelijkheden op werk, werkbehoud en werkontwikkeling te verbeteren. Het LLO-Collectief is een regionale samenwerking onder penvoerderschap van mboRijnland, samen met de gemeenten Gouda, Krimpenerwaard, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen en partners als Gouda Onderneemt, Promen, UWV, VNO-NCW West, FNV, CNV, SBB, WerkgeversServicepunt Midden-Holland en FermWerk. Ook bibliotheken, taalhuizen en andere maatschappelijke en onderwijspartijen zijn aangesloten.

mboRijnland lanceert Praktijkgids Integraal begeleiden voor sterker studentenwelzijn en studiesucces    

Vandaag lanceert mboRijnland de Praktijkgids Integraal begeleiden. Met deze praktijkgids zet mboRijnland een belangrijke stap in het verder professionaliseren en versterken van de begeleiding van studenten, met als uiteindelijk doel: studenten die beter in hun vel zitten en daardoor betere studieresultaten behalen. Hiermee is mboRijnland de eerste mbo-instelling die organisatie breed één visie en aanpak hanteert in de begeleiding van studenten.  

De praktijkgids richt zich op het structureel en intensief samenwerken van docenten en onze adviseurs Begeleiding en Ondersteuning Studiesucces (BOSS). Hierdoor krijgen studenten overal binnen mboRijnland dezelfde begeleiding, die beter aansluit bij hun behoeften. De begeleiding geldt niet alleen voor individuele studenten, maar ook voor de klas, het team en de organisatie als geheel. 

Eerlijke kans studiesucces 

De studenten hebben baat bij deze integrale aanpak. Door hen tijdig en passend te ondersteunen, krijgt iedere student een eerlijke kans op studiesucces. Ook voor docenten biedt de nieuwe aanpak voordelen. De duidelijke structuur en rolverdeling geven houvast, maken overleg eenvoudiger en zorgen dat sneller en effectiever kan worden gehandeld. Dat levert meer rust, overzicht en ruimte op voor het primaire proces: goed onderwijs. 

Eén aanpak, meer samenhang 

Hoewel al veel goed gaat op het gebied van begeleiding, verschilde die tot nu toe per opleiding of locatie. Er was te weinig eenheid in aanbod en werkwijze. Naast de voordelen voor de student valt veel winst te halen in de samenwerking tussen de docenten en BOSS-adviseurs. Docenten kijken vooral vanuit een pedagogisch en didactisch perspectief, terwijl de adviseurs juist hun maatschappelijke en sociale expertise inbrengen. Die combinatie maakt integrale begeleiding zo krachtig. 

Er zijn vier heldere uitgangspunten geformuleerd die het fundament vormen van de nieuwe praktijkgids: 1. we leren elkaar kennen, 2. we zorgen voor duidelijkheid, 3. we denken in mogelijkheden en 4. we blijven contact houden.   

Samen voor de klas 

Een belangrijk inzicht is dat begeleiding effectiever wordt wanneer docenten en adviseurs niet volgtijdelijk werken, maar vanaf dag één samen optrekken. Projectadviseur en docent Jamila van Klaveren: “Als je als docent letterlijk samen met een adviseur voor de klas staat, zie je meer. Je ziet allebei hoe het groepsproces verloopt en kunt samen bepalen of en hoe je ingrijpt. Door continu met elkaar in gesprek te blijven en elkaar uit te dagen, werken we aan de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.” 

Van inspiratie naar structurele verandering 

De praktijkgids is gebaseerd op inspirerende best practices vanuit de eigen praktijk en bevat allerlei praktische handvatten om direct met integraal begeleiden aan de slag te gaan. “Dit is een mooie mijlpaal voor het samenwerken aan studentenwelzijn”, aldus Desiree Pot, projectleider Integraal Begeleiden en teamleider BOSS. Samen met Jamila van Klaveren en Jordy Gijsberts, projectleider en teamleider Sport & Bewegen, vormt zij de kern van de werkgroep Integraal Begeleiden. 

“Docenten herkennen de praktijkvoorbeelden uit de gids direct,” vertelt Jordy Gijsberts. “Het zijn situaties die zij dagelijks meemaken. Daardoor zien zij ook de noodzaak om samen op te trekken. Studentenwelzijn staat onder druk in de huidige maatschappij, terwijl onze studenten juist een enorme aanwinst zijn voor de samenleving. Uitval raakt niet alleen studenten, maar ons allemaal.” 

Gezamenlijke verantwoordelijkheid 

Met de lancering van de Praktijkgids Integraal begeleiden onderstreept mboRijnland dat begeleiding van studenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Desiree Pot: “Samen bouwen we aan een leeromgeving waarin studenten zich gezien voelen en kunnen groeien – in hun studie én als mens.”

 

Foto: Projectgroep Integraal begeleiden: Vlnr: Jordy Gijsberts, Hugo den Bieman, Jamila van Klaveren, Marlous de Goede, Bob Bogaard, Desiree Pot, Marleen Bergen.

Leren met de stad: studenten en stad samen aan de slag voor veilige en sociale wijk

Op donderdag 27 november kwamen scholieren, studenten, bewoners en stadspartners samen op het Bètaplein en in het Houtkwartier in Leiden voor de Challengedag ‘Een veilige en sociaal verbonden wijk’. Ruim honderd wo-, mbo- en hbo-studenten van Leidse, Haagse en Antwerpse onderwijsinstellingen en Technasium-leerlingen gingen samen aan de slag met de vraag: ‘Hoe maken we de stad tot een plek waar iedereen zich veilig en prettig voelt?’

Zowel in het Houtkwartier als op het Bètaplein werd deze dag onderzoek gedaan met betrokkenheid van de wijk. Per locatie kregen drie studententeams een prijs in de categorieën praktische toepasbaarheid, creativiteit en inhoudelijke kwaliteit. Een van de oplossingen was een meld-app ‘Check je schans*’, waarmee bewoners van de Lammenschans en het Bètaplein eenvoudig overlast kunnen melden. Een andere oplossing was een kaartspel dat jongeren helpt straatintimidatie beter te herkennen, bespreekbaar te maken en er veilig op te reageren.

De Challengedag is de kick-off van een langer lopend estafette-onderzoek, waarin studenten uit verschillende opleidingen samenwerken aan oplossingen voor vraagstukken rond saamhorigheid en sociale veiligheid in de stad. Tijdens de dag werkten interdisciplinaire teams samen aan veldonderzoek, creatieve ideeën en concrete voorstellen voor verbetering. Ze maakten daarbij gebruik van kennis uit eerder verricht estafette-onderzoek van Leren met de Stad en het Technasium.  

“Het is inspirerend om te zien dat zoveel leerlingen en studenten vanuit verschillende opleidingen en onderwijsinstellingen samenkomen voor een gemeenschappelijk doel: een stad waar iedereen zich welkom en veilig voelt,” zegt programmaleider Piet-Hein van der Ploeg van Leren met de Stad “Deze unieke samenwerking laat zien hoeveel creativiteit ontstaat wanneer studenten van verschillende kennisinstellingen samen met bewoners en stadspartners kennis en creativiteit bundelen.” 

Van veldwerk tot inspiratiemarkt
Na een ochtend vol mini-colleges, gesprekken met experts (onder andere politie, welzijnsorganisaties en de gemeente) en veldonderzoek in de wijken, presenteerden de teams hun bevindingen tijdens een inspiratiemarkt in de aula van mboRijnland aan het Bètaplein. Bezoekers konden langs tientallen kraampjes lopen waar studenten hun inzichten deelden over thema’s als straatintimidatie, sociale cohesie en het ontwerpen van veilige en verbonden publieke ruimtes. 

“We hebben uitgebreid gesproken met bewoners en ondernemers uit de buurt,” vertelt Psychologie-student Jeroen, onderdeel van een team met studenten van AP Antwerpen, Universiteit Leiden en Hogeschool Leiden. “Wat ons vooral opviel is hoe groot de behoefte is aan meer verbinding. Iedereen, van SOL, Incluzio en DUO tot de politie, de wijkregisseur en wethouder Abdelhaq Jermoumi, is enthousiast en bereid om mee te helpen. Er zijn nog wel een paar belangrijke stappen nodig om die gezamenlijke inzet echt voelbaar te maken in de wijk.”   

“Deze dag is pas het begin,” benadrukt gastspreker en stadscriminoloog Marianne Franken. We hebben gezien hoe onderwijs, onderzoek en samenleving elkaar kunnen versterken. Ik vind het mooi om te zien hoe leerlingen en studenten zich inzetten voor een veilige en inclusieve stad.” 

Brede samenwerking kennisinstellingen
De Challengedag Sociale Veiligheid is een initiatief van Leren met de Stad en maakt onderdeel uit van een bredere samenwerking tussen Hogeschool Leiden, Universiteit Leiden, mboRijnland, gemeente Leiden, De Haagse Hogeschool, AP Hogeschool Antwerpen en Scholengroep Leonardo da Vinci. De komende maanden werken studenten en Technasium-leerlingen verder aan het onderzoek rond veiligheid, gedrag en sociale verbondenheid in de stad. 

Over Leren met de Stad
Leren met de Stad is een onderwijsprogramma en een samenwerking tussen gemeente Leiden, Hogeschool Leiden, Universiteit Leiden en mboRijnland. Studenten werken samen met bewoners en professionals in Leiden aan maatschappelijke vraagstukken als onderdeel van hun studie. 

 

  • verwijzing naar Lammenschans

Leidse aanpak helpt om stagediscriminatie tegen te gaan

Een aantal studenten heeft helaas nog steeds te maken met stagediscriminatie. Zij ervaren dit zowel bij het vinden van een plek als tijdens hun stage. Dit kan bijvoorbeeld gaan om discriminatie op basis van achtergrond, cultuur, taal, religie, gender, opleidingsniveau of persoonlijke eigenschappen. Met de Leidse Aanpak Gelijke stagekansen gaan onderwijsinstellingen, gemeente en werkveld in regio Leiden met elkaar in gesprek om stagediscriminatie tegen te gaan. 

Het is onze collectieve verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle studenten eerlijke kansen krijgen en gelijk worden behandeld voor, tijdens en na de stage. Het bevorderen van een inclusieve en respectvolle omgeving op de werkvloer draagt bij aan het waarborgen van gelijke kansen voor iedereen in onze samenleving. En zorgt ervoor dat we geen talenten mislopen op de arbeidsmarkt.

Sara Giethoorn, projectleider Werkgroep Diversiteit en Inclusie bij mboRijnland: “Het is belangrijk om zowel studenten, docenten en werkgevers bewust te maken dat stagediscriminatie nog steeds voorkomt. We zijn ons vaak niet bewust dat we de ene persoon anders behandelen dan de andere. Het is goed om met nieuwsgierigheid en respect naar elkaar en elkaars achtergrond te kijken in plaats van met vooroordelen. Ik ben heel blij dat we met elkaar concrete interventies bedenken hoe alle studenten gelijke kansen krijgen om stage te lopen en straks op de arbeidsmarkt.” 

Stagediscriminatie bestaat 

Stagediscriminatie heeft directe impact op de motivatie, het welzijn, het zelfvertrouwen en toekomstkansen van studenten. Het kan leiden tot mogelijke studievertraging, het vroegtijdig afbreken van de studie en/of een moeilijke start op de arbeidsmarkt. Daarom zetten we ons samen met onze partners in Leiden in voor gelijke stagekansen, zodat elke student een veilige, eerlijke en kansrijke eerste stap in de praktijk kan maken. Dat lukt alleen als we het samen doen.

Samenwerking onderwijs, gemeente en werkveld
Met partners uit onderwijs, gemeente en werkveld zetten we de schouders onder de Leidse Aanpak en bouwen we voort op de lessen van de Haagse Aanpak, een aanpak die inmiddels landelijk is uitgebreid naar vijf regio’s. Met elkaar hebben we inmiddels bepaald welke interventies in regio Leiden nodig zijn om stagediscriminatie aan te pakken en gelijke kansen voor studenten te vergroten.

Samenwerking in de regio

Dit zijn de partijen met wie we samenwerken:
🎓 Hogeschool Leiden
🎓 Universiteit Leiden
🎓 Leidse Instrumentmakers School (LiS)
🏛 Gemeente Leiden
🤝 Regionale partners  

Wat we al hebben gedaan 

In de eerste sessie deelden we perspectieven en ambities waar we naartoe willen, wat we willen bereiken in Leiden. In de tweede sessie maakten we concrete afspraken en rolverdeling, zodat er daadwerkelijk beweging ontstaat. Het enthousiasme en de inzet is er. We willen allemaal dat onze studenten op een leuke plek stage kunnen lopen, waardoor ze zich ontwikkelen in hun vakgebied en op persoonlijk vlak. Door een positieve ervaring in het werkveld gaan ze met vertrouwen de toekomst tegemoet. 

Voortgang en resultaat

Wat de aanpak anders maakt is dat we voortbouwen op opbrengsten uit andere regio’s. We starten in Leiden met meerdere pilot-interventies die we in 2026 gezamenlijk uitvoeren. We zijn er nog niet, maar we zijn begonnen en dat maakt ons trots en hoopvol. In 2026 volgen drie werksessies gericht op echte impact voor studenten. Daaruit volgt een handboek Gelijke kansen waarmee we in Leiden kunnen werken om voor iedereen gelijke kansen te creëren. Samen maken we het verschil!   

Lees hier meer over de Haagse Aanpak.

Voor meer informatie over Diversiteit en Inclusie mboRijnland: Sara Giethoorn, sgiethoorn@mborijnland.nl

 

Bestuursvoorzitter Otto Jelsma geridderd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau 

Otto Jelsma heeft vandaag bij zijn afscheid als bestuursvoorzitter van mboRijnland een Koninklijke onderscheiding gekregen uit handen van burgemeester Pieter Verhoeve uit Gouda. Hij is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor zijn buitengewone inzet voor het beroepsonderwijs.  

Het afscheid vond plaats tijdens de jaarlijkse Derde Donderdag in September (DDiS) – de feestelijke start van het studiejaar. Tijdens de bijeenkomst, waar naast alle medewerkers vertegenwoordigers van de MBO Raad, collega-instellingen, gemeenten en het regionale werkveld aanwezig waren – is stilgestaan bij de betekenisvolle bijdrage van Otto Jelsma aan het mbo-onderwijs in de regio. Na bijna 20 jaar met hart en ziel deel te hebben uitgemaakt van het College van Bestuur, waarvan 16 jaar als voorzitter, gaat Otto Jelsma per 1 oktober met pensioen en draagt het stokje over aan Frans Möhring.

  Bijdrage aan mboRijnland en de regio

Onder de bezielende leiding van Otto Jelsma is mboRijnland uitgegroeid tot een toekomstbestendige en bloeiende organisatie die zich inzet voor een duurzame en inclusieve samenleving. Mede dankzij zijn visie en inspirerend en volhardend leiderschap heeft mboRijnland grote stappen gezet in het realiseren van innovatief onderwijs.

Met grote passie voor het beroepsonderwijs heeft Otto Jelsma zich ingezet voor het lerend regionaal netwerk, een samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers. Hij was de drijvende kracht achter de oprichting van diverse publiek-private samenwerkingen, zoals de Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV) voor Welzijn & Zorg, Bio Sciences, Smart Technology en Leven Lang Flex. In Gouda gaf hij vorm aan de samenwerking op het gebied van bodemdaling en funderingen, wat leidde tot de oprichting van het gelijknamige kenniscentrum en Campus Gouda tot gevolg.

Hij startte een bovenregionaal overleg met de zes gemeenten waar mboRijnland is gevestigd (Alphen aan den Rijn, Gouda, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Woerden, Zoetermeer) om gezamenlijk de aansluiting van het onderwijsaanbod op de regionale arbeidsmarkt te versterken.

Flexibel onderwijs

Bovendien maakte hij zich sterk om het onderwijs te verbeteren door modulair onderwijs aan te bieden. Hierdoor kunnen studenten hun opleiding verbreden, versnellen, verdiepen en verlengen. Daarnaast is onder zijn leiding de ontwikkeling van de doorlopende leerlijnen geïntensiveerd, waarmee de overstap voor studenten van vo naar mbo en van mbo naar hbo is versoepeld.

Verder is de aanpak van mboRijnland om voortijdig school verlaten (VSV) terug te dringen zeer succesvol in regio Gouda en Leiden, met de beste scores van Nederland. Jelsma is een groot voorstander van inzet van mbo’ers in de stad. Zo hebben bijvoorbeeld in het jubileumjaar Gouda750 veel studenten en medewerkers van mboRijnland bijgedragen aan de organisatie en uitvoering van feestelijke activiteiten in de stad.

Zijn betrokkenheid en passie voor het beroepsonderwijs in Nederland blijkt ook uit de verschillende rollen die hij heeft vervuld binnen de MBO Raad. Als voorzitter van het platform Veiligheid en later voorzitter van de Raad van Advies Integrale Veiligheid mbo, was hij aanjager en inspiratiebron op het gebied van sociale, fysieke en digitale veiligheid in het mbo. Verder heeft hij bijgedragen aan de kwaliteit van opleidingen in het domein Techniek en gebouwde omgeving (TGO), als voorzitter van de bedrijfstak TGO.

Waardering en dank
Adnan Tekin, voorzitter MBO Raad dankt Otto voor zijn grote bijdrage aan het beroepsonderwijs: “Otto heeft een indrukwekkende loopbaan gehad binnen mboRijnland! Ruim negentien jaar lang bracht hij bezieling en daadkracht. Hij stond aan de wieg van vele regionale samenwerkingen, gaf inclusiviteit en duurzaamheid een vaste plek in ons onderwijs en drukte zijn stempel op de Centra voor Innovatief Vakmanschap. Ook gaf hij mbo-studenten een stem. We danken hem als sector voor zijn enorme bijdrage aan het beroepsonderwijs en zijn onvermoeibare inzet.”

Onderwijswethouder Thierry van Vugt uit Gouda: “Met zijn bevlogenheid en toewijding heeft Otto Jelsma een geweldige impuls gegeven aan sterk en toekomstgericht mbo-onderwijs in onze regio. Onder leiding van Jelsma is mboRijnland een instituut geworden waar studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien. Ik heb hem leren kennen als een bestuurder die dichtbij, betrokken en altijd gericht op samenwerking was. Daar zijn we hem als gemeente Gouda dankbaar voor. We kijken uit naar de samenwerking met zijn opvolger Frans Möhring.”

Trots en dankbaarheid
Zelf kijkt Otto Jelsma met voldoening en dankbaarheid terug op zijn jaren bij mboRijnland en rechtsvoorgangers. “Met veel trots kijk ik terug op wat we samen hebben bereikt. Het was een voorrecht om met zoveel bevlogen collega’s, studenten en partners te mogen werken aan kansrijk, innovatief en toekomstgericht onderwijs.”

mboRijnland dankt Otto Jelsma hartelijk voor zijn passie, bevlogenheid en waardevolle inzet en wenst hem alle goeds voor de toekomst. Met vertrouwen en enthousiasme kijkt de organisatie uit naar een nieuwe fase onder leiding van Frans Möhring en Saskia Schenning en Ron van Kints, de zittende leden van het College van Bestuur.

 

Over de Orde van Oranje-Nassau
De Koninklijke onderscheiding in de Orde van Oranje-Nassau bestaat sinds 1892 en wordt toegekend aan personen die zich bijzonder hebben ingezet voor de samenleving. De graad van Ridder is voorbehouden aan mensen die met hun verdiensten een landelijke betekenis hebben gehad.

 

Frans Möhring nieuwe voorzitter College van Bestuur mboRijnland

30 juni 2025

De Raad van Toezicht van mboRijnland maakt met plezier bekend dat Frans Möhring per 1 oktober 2025 wordt benoemd tot voorzitter van het College van Bestuur van mboRijnland. Hij volgt Otto Jelsma op, die met pensioen gaat na negentien jaar met hart en ziel verbonden te zijn met mboRijnland en zijn rechtsvoorgangers.

Met Frans Möhring haalt mboRijnland een ervaren en verbindende onderwijsbestuurder in huis. Op dit moment is hij lid van het College van Bestuur van Fontys Hogeschool in Eindhoven. Eerder vervulde hij daar ook de rol van Directeur HR & Organisatie. Voor mboRijnland is Möhring geen onbekende: tussen 2015 en 2019 maakt hij onderdeel uit van de organisatie als directeur HRM.

Frans Möhring woont in de regio waarin mboRijnland actief is en kent het onderwijsveld én de organisatiecultuur goed. Zijn resultaatgerichte en samenwerkingsgerichte aanpak sluiten goed aan bij de huidige koers van het bestuur. De zittende bestuurders Saskia Schenning en Ron van Kints kijken uit naar de samenwerking.

Frans Möhring over zijn benoeming: “Ik zie ernaar uit om in oktober bij mboRijnland te starten, mijn nieuwe én oud-collega’s te ontmoeten en samen bij te dragen aan goed onderwijs voor onze studenten en werkplezier voor onze collega’s.”

Otto Jelsma laat de organisatie vol vertrouwen achter. Onder zijn leiding heeft mboRijnland belangrijke stappen gezet in de kwaliteitsverbetering van het onderwijs, samenwerking met de regio en het versterken van de positie van de student. Zijn bevlogen inzet en verbindende stijl hebben bijgedragen aan een stabiele en toekomstgerichte organisatie.

“Ik heet Frans van harte welkom en draag vol vertrouwen het stokje aan hem over. Ik zie uit naar een goede en warme overdracht. Mijn verwachting is dat Frans, Saskia en Ron met elkaar een sterk CvB-team vormen en goed met elkaar zullen samenwerken”, aldus Otto Jelsma.

Ook Bram de Klerck, voorzitter Raad van Toezicht, is blij met de nieuwe voorzitter: “De Raad van Toezicht is zeer verheugd met de komst van Frans Möhring. We wensen hem veel succes in zijn nieuwe rol en kijken uit naar een prettige samenwerking.”

Otto Jelsma over flexibel onderwijs: “Ik ben tot in mijn tenen overtuigd van deze aanpak”

Otto Jelsma, onze bestuursvoorzitter, neemt per 1 oktober afscheid. Hij gaat met pensioen na zich negentien jaar met hart en ziel te hebben ingezet voor mboRijnland en zijn rechtsvoorgangers. Een gesprek over bevlogenheid, passie, flexibilisering van het onderwijs en de balans tussen ratio en gevoel.

Wat is flexibel onderwijs eigenlijk?
“Heb je even?”, vraagt Otto lachend en begint gepassioneerd te vertellen. “Flexibel onderwijs draait kort gezegd om keuzemogelijkheden voor de student. Maar om goed te kunnen flexibiliseren, is genadeloze standaardisering nodig.” Een paradox? Niet voor Otto. “Denk aan legoblokjes. Die blokjes – gestandaardiseerde onderwijsmodules – kun je steeds opnieuw combineren tot maatwerktrajecten, waardoor studenten hun opleidingstraject kunnen verbreden, verdiepen en ook verlengen of versnellen.”

Welk probleem lost flexibilisering op?
Volgens Otto is het dé manier om het beste beroepsonderwijs te bieden. Niet alleen omdat het onderwijs en de organisatie wendbaarder worden, maar ook om problemen als uitval en vastgelopen studenten tegen te gaan. “Er is een enorme vraag naar goed opgeleide mbo’ers, maar we zien nog te veel studenten afhaken. Flexibilisering maakt overstappen eenvoudiger, ook tussen opleidingen of van vmbo naar mbo. Dat voorkomt uitval en verhoogt het studiesucces.” Wat mboRijnland betreft, loopt de organisatie voorop. “We hebben dit echt instelling-breed aangepakt, met een integraal programma. Daardoor spreken we elkaars taal beter, werken we vanuit dezelfde principes. Landelijk behoren we daarmee tot de kopgroep. Samen met het werkveld maken we losse onderwijsmodules, waarmee betekenisvolle leertrajecten ontstaan. Zo worden we een gewaardeerde kennispartner in de regio.”

Waar ben je trots op?
Otto denkt even na en komt terug bij de beweging van flexibilisering die steeds meer vorm krijgt. Hij benadrukt dat flexibilisering geen doel op zich is, maar een middel om onderwijs en beroepspraktijk dichter bij elkaar te brengen. Hij is trots op wat mboRijnland heeft bereikt, maar ook realistisch. “Het is een taai proces. Verandering kost tijd. Soms frustrerend traag, maar ik heb geleerd en geaccepteerd dat het die tijd ook nodig heeft.”

Desondanks noemt hij de beweging richting flexibel onderwijs één van de hoogtepunten van zijn carrière. “Ik ben ontzettend trots dat we dit met z’n allen voor elkaar krijgen.” Daarnaast noemt hij zijn contact met studenten: “Toen op LinkedIn de aankondiging van mijn afscheid verscheen kreeg ik daar veel reacties op die me persoonlijk raakten. Wat me het meest raakte waren de reacties van studenten en oud-studenten. Die had ik helemaal niet verwacht. Klaarblijkelijk ben ik er toch in geslaagd om verbinding te leggen met onze studenten. Daar ben ik blij mee en trots op.”

Waar heb je het meest van geleerd?
Zijn vertrek per oktober 2025 markeert het einde van bijna twintig jaar bij de organisatie. “Waar is die tijd gebleven?”, verzucht hij. “Het is een rijkdom geweest om met zoveel bevlogen mensen te mogen werken.” Hij kijkt terug op waardevolle samenwerkingen, reorganisaties die balans zochten tussen inhoud en gevoel, ratio en emotie. “Ik heb het meest geleerd van de verschillende reorganisaties en dingen die niet in een boekje staan, van onderstromen, emoties en taaie processen.”

Welke eigenschappen heb je nodig in jouw rol als bestuursvoorzitter?
“Je hebt iemand nodig met visie. Daarnaast zijn verbindend vermogen en empathie ook erg belangrijke eigenschappen. Een andere eigenschap is besluitvaardigheid; je komt voor keuzes te staan waarvan je niet 100% zeker weet of jouw keuze goed uitpakt. Daar is moed voor nodig. Geen knikkende knieën en slappe ruggengraten. Je moet bovendien bereid zijn om de consequenties van je keuzes te aanvaarden.”

Wat wil je je opvolger meegeven?
“Lach veel. Heb plezier. Dit is het meest betekenisvolle werk dat je kunt doen. Pak het niet te zwaar op. Het mag ook licht zijn.”

We bedanken Otto voor zijn tomeloze en bevlogen inzet voor mboRijnland en wensen hem alle goeds toe samen met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen.

In deze podcast kun je het hele gesprek met Otto beluisteren.

mboRijnland verzorgt onderwijs voor nieuwe Techniekplein Zoetermeer

Leerlingen van ONC Clauslaan openden op 27 november 2024 samen met wethouder Jan Iedema en de initiatiefnemers uit onderwijs en bedrijfsleven officieel Techniekplein Zoetermeer. Met deze technische praktijklocatie aan de Boerhaavelaan heeft Zoetermeer nu een scholings- en voorlichtingslocatie voor beroepen in de bouwsector. Leerlingen van het vmbo kunnen zich hier nog beter oriënteren op de mogelijkheden die de bouw en installatie biedt en oefenen in een levensechte omgeving.

Nieuwe naam via prijsvraag

Op de Boerhaavelaan komen ook leerlingen van basisscholen om kennis te maken met de beroepen in de bouw en installatie. Zo kunnen we jonge leerlingen enthousiasmeren voor een vervolgopleiding in die richting. Wat je niet kent, kun je immers niet kiezen. Er is dan ook een stevige verbinding met STO-Zoetermeer. De leerlingen uit het basisonderwijs mochten via een prijsvraag voorstellen doen voor de naam van de nieuwe locatie. Uit alle inzendingen werd ‘Techniekplein Zoetermeer’ gekozen. 

Techniekplein voor po, vo, mbo en Leven Lang Ontwikkelen

Naast basisschoolleerlingen kunnen ook kunnen jongeren en volwassenen uit Zoetermeer en omliggende gemeenten op Techniekplein Zoetermeer terecht voor voorlichting en (om)scholing in diverse beroepen zoals timmerman, elektricien, metselaar, installateur en servicemedewerker. Alle opleidingen – op mbo-niveau 1, 2 en 3 – zijn direct gekoppeld aan een baan, want het is altijd een combinatie tussen werken en leren (BBL). mboRijnland verzorgt het theoretisch deel van de opleidingen, deels op de praktijklocatie. Mbo-studenten krijgen in de eigen regio zo de kans op regulier (praktijk)onderwijs op verschillende niveaus.

Eerste technische praktijklocatie Zoetermeer

“Een heel mooie samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en gemeente,” vindt wethouder Iedema. Door van ideeën op de tekentafel naar concrete resultaten toe te werken is het gelukt om in korte tijd de locatie te verbouwen en nu officieel te openen. Prachtig dat Zoetermeer nu een eigen technische praktijklocatie heeft om écht te leren wat techniek inhoudtEen mooie dag voor de arbeidsmarkt in en om Zoetermeer.”

De partners van Techniekplein Zoetermeer zijn trots dat ze in Zoetermeer een dergelijke samenwerking hebben bereikt en hopen veel mensen op te leiden voor de bouw. Ook hopen ze dat in de toekomst andere gerelateerde organisaties en bedrijven gebruik gaan maken van de faciliteiten om zo het effect en de draagkracht te vergroten.

De regio Zoetermeer kende tot voor kort geen opleidingsinstelling die op mbo-niveau vakmensen voor de bouw, installatie opleidt, terwijl de sector een enorm tekort aan vakmensen heeft; landelijk ruim 60.000 vacatures.

Krachten  bundelen

Techniekplein Zoetermeer is een unieke samenwerking tussen mboRijnland, Unicoz, Oranje Nassaucollege, IW Zuid Holland, het regionale bedrijfsleven en Stichting Haagbouw. Na een bijeenkomst met de gemeente Zoetermeer staken lokale ondernemers en het onderwijs de koppen bij elkaar en zijn de contouren voor deze technische praktijklocatie geschetst. Ineke de Graaf, programmamanager CIV Smart Technology (mboRijnland): “We zijn trots dat we kunnen bijdragen aan het opleiden van technisch geschoolde arbeidskrachten in de regio Zoetermeer. Mooi om met verschillende partners vanuit ondernemers en gemeente de krachten te bundelen.”

Groot succes voor geïntegreerde leerroute mboRijnland en ONC Clauslaan

In februari 2023 startte mboRijnland een pilot voor de geïntegreerde leerroute in samenwerking met Oranje Nassau College Clauslaan (ONC) in Zoetermeer. Deze nieuwe aanpak is erop gericht om vmbo-leerlingen soepel door te laten stromen naar het mbo en een startkwalificatie te laten behalen, zonder een vmbo-examen af te leggen. De pilot is inmiddels afgerond en wordt als een groot succes beschouwd. Alle zeven leerlingen die zijn gestart hebben hun mbo niveau 2-diploma behaald.  

“Het geheim zit ‘m in de investering op de relatie, de gezamenlijke ambitie en het vertrouwen in elkaar”, legt Marianne Molsbergen uit. Zij is initiatiefnemer en programmamanager van deze geïntegreerde leerroute (GLR) bij mboRijnland en vertelt welke uitdagingen beide instellingen tegenkwamen en hoe ze hiermee omgingen.  

Start pilot  

In februari 2023 ging de pilot van start met zeven leerlingen van ONC Clauslaan. De leerlingen stroomden zonder vmbo-diploma door naar mboRijnland en begonnen direct aan hun mbo-opleiding. Marianne: “Dit was een sprong in het diepe voor zowel leerlingen, ouders als docenten. Het vertrouwde pad van het behalen van een vmbo-diploma werd losgelaten en dat vroeg om vertrouwen in de nieuwe leerroute. Het bleek een omslag in denken over examinering en diplomering.”  

Dankzij de nauwe samenwerking tussen mboRijnland en het ONC doorliepen alle zeven leerlingen het volledige traject, waarbij zes van hen in de zomer van 2024 hun diploma behaalden. Een leerling kreeg meer tijd om zijn kwalificatie af te ronden. Twee van hen stroomden door naar een niveau 3 en 4-opleiding.  

Gieta Pultoo, teamleider Zorg & Welzijn van ONC Clauslaan: “De werkgroep GLR heeft zich gecommitteerd om deze leerroute tot een succes te maken. We stellen ons flexibel op, sparren met elkaar en blijven samenwerken in het belang van onze leerlingen.”   

Investeren in relaties en vertrouwen 

Het succes van de geïntegreerde leerroute komt volgens Marianne Molsbergen voort uit de sterke samenwerking tussen mboRijnland en het ONC. “Dat klinkt gemakkelijk, maar is het geenszins, omdat een geïntegreerde leerroute verbinding vraagt over de muren van de eigen organisatie heen. Het vraagt daarmee om continue aandacht van betrokkenen, om onderhoud, prioritering en moeite willen doen. Op inhoud, maar vooral op de relatie.” In een project als dit zijn obstakels onvermijdelijk. Marianne noemt bijvoorbeeld het probleem met de registratie van leerlingen op het digitale platform Scholen op de Kaart. De ONC-leerlingen werden onterecht als ‘afstroom’ geregistreerd, terwijl ze bezig waren met hun mbo-opleiding, maar tegelijkertijd nog wel stonden ingeschreven bij het ONC. Dit straalde negatief af op de schoolprestaties van het ONC. 

Dankzij de open, heldere communicatie tussen beide scholen, kon dit issue openlijk worden besproken. “We hebben breder contact gezocht met ons netwerk in het land en het vervolgens aangekaart bij het ministerie van OCW. “Het ONC had het geloof in een geïntegreerde leerroute op dat moment ook kunnen loslaten”, vertelt Marianne. Dat gebeurde niet. Beide scholen bleven samenwerken, ondanks deze hobbel De betrokkenheid en gezamenlijke ambitie om de leerlingen toe te leiden naar een startkwalificatie, zorgden hiervoor.   

Praktische uitdagingen en maatwerk 

Een andere hobbel was het gebruik van de OV-kaart door de leerlingen. De studenten stonden officieel nog ingeschreven bij het ONC, maar volgden al lessen bij mboRijnland. Dit zorgde voor verwarring over hun recht op een OV-kaart. Studenten kregen een brief dat ze onterecht gebruikmaakten van een OV-kaart, terwijl ze daar als mbo-student wel recht op meenden te hebben. Deze OV-kaart hadden de studenten wel nodig om naar hun stageplek te kunnen reizen.  

Uiteindelijk nam Marianne Molsbergen contact op met het ministerie van OCW om dit issue aan te kaarten. Dit leidde tot erkenning van het probleem; de wet zal worden aangepast, zodat toekomstige leerlingen in een vergelijkbare situatie wel recht hebben op een OV-kaart. Tot die tijd investeren beide onderwijsinstellingen in dit traject door de stagereiskosten van deze studenten te vergoeden. Ook dit succes is te danken aan de goede samenwerking en het vertrouwen tussen de betrokken partijen.  

Sluitende begeleiding sleutel tot succes 

Begeleiding van de vaak nog jonge leerlingen is een van de sleutels tot succes in deze leerroute. In de eerste lichting (feb 2023) werden leerlingen intensief begeleid door zowel hun mentor van het ONC als de studieloopbaanbegeleider (slb’er) van mboRijnland. Dit zorgde ervoor dat leerlingen die dreigden af te haken, alsnog gemotiveerd bleven om door te gaan met hun opleiding. Marianne benadrukt het belang van nauwe samenwerking tussen de mentoren en slb’ers: “Als de handen van de begeleiders niet goed op elkaar zijn, kan een leerling gaan zwalken en dwalen.” 

Gieta voegt hieraan toe: “We blijven betrokken bij de leerlingen. Zo nodigen we de leerlingen die midden in het jaar de overstap hebben gemaakt, wel uit voor de diploma-uitreiking aan het einde van het schooljaar. Ze ontvangen (nog) geen diploma, maar wel een plek op het podium en in de schijnwerpers met klasgenoten en de mentor.” 

In de tweede lichting (feb 2024) bleek dat een iets stroevere afstemming tussen nieuwe mentoren en veel wisselingen te leiden tot meer verzuim en soms tot iets minder motivatie bij een aantal studenten. Hieruit werd de les geleerd dat mentoren vanaf het begin betrokken moeten zijn bij het traject, zodat ze de studenten optimaal kunnen begeleiden. In het nieuwste ontwerp van de GLR (2025) is de gezamenlijke begeleiding zelfs doorontwikkeld tot een USP. 

Voordelen geïntegreerde leerroute voor student 

Het grootste voordeel van de geïntegreerde leerroute is volgens Marianne de ‘zachtere landing’ voor de leerlingen. In plaats van abrupt de overstap te maken van vmbo naar mbo, krijgen leerlingen de kans om in een half jaar rustig te wennen aan hun nieuwe omgeving en de vakken die ze op het mbo gaan volgen. Bovendien betekent het er tussenuit halen van het vmbo-diploma ook, dat de leerling niet het hoofd hoeft te breken op een vmbo-vak, wat minder relevant is voor zijn/haar vervolgopleiding, zoals bijvoorbeeld economie voor een opleiding in de kinderopvang. Studenten gaan in deze route eerder op stage; leren door te doen is voor veel van deze leerlingen een prettige manier om zich verder te ontwikkelen.  

Daarnaast hebben de leerlingen in het eerste half jaar meer tijd om hun taal- en rekenvaardigheden te verbeteren, wat hen helpt om uiteindelijk een mbo-diploma te halen. Het doel is niet per se om de opleiding sneller te doorlopen, wat tot de mogelijkheden behoort, maar om ervoor te zorgen dat elke student een startkwalificatie behaalt. Dit vergroot voor de student de kans op een baan.  

Toekomstige uitbreidingen 

Hoewel de pilot klein begon, met zeven leerlingen, verwacht Marianne dat in de toekomst veel meer leerlingen kunnen profiteren van deze geïntegreerde leerroute. Het succes van de eerste lichting heeft al geleid tot een verdubbeling van het aantal leerlingen in de tweede lichting. 

Betere kansen 

De geïntegreerde leerroute van mboRijnland en ONC is een succesvol voorbeeld van hoe regionale samenwerking tussen verschillende scholen kan leiden tot betere kansen voor leerlingen. Ondanks de uitdagingen hebben de betrokken scholen laten zien dat een flexibele en op de student gerichte aanpak bijdraagt aan het behalen van een startkwalificatie. Dit succes biedt perspectief voor verdere groei en ontwikkeling van deze leerroutes in de toekomst.