Op woensdag 8 juli 2026 opende burgemeester Carla Breuer van gemeente Teylingen officieel de nieuwe locatie voor de Bollen- en Veenstreek Campus (Dé BVC). De BVC is een samenwerking tussen mboRijnland, diverse bedrijven uit de regio en het Sectorinstituut Transport & Logistiek (STL). De feestelijke bijeenkomst vond plaats bij Wesseling Logistics in Sassenheim.
De twaalf aangesloten bedrijven bij de BVC bieden leerwerplekken aan voor studenten Logistiek & Transport om vier dagen per week aan de slag gaan. Daarnaast krijgen de studenten één dag in de week les op de BVC van docenten van mboRijnland. Met de uitdagingen in deze branche, zoals personeelstekort, en de wens om het beroepsonderwijs en werkveld meer met elkaar te verbinden is deze gezamenlijke aanpak een mooi initiatief. Burgemeester Breuer hoopt dat meer bedrijven in de regio hier een voorbeeld aan nemen.
Verlenging convenant
Naast de opening van de nieuwe locatie werd ook het convenant met mboRijnland verlengd; Brigitte Engering, onderwijsdirecteur van College Business & Hospitality, zette hiervoor graag haar handtekening. Met deze verlenging bevestigen mboRijnland, de BVC en het Sectorinstituut Transport & Logistiek (STL) hun gezamenlijke inzet voor praktijkgericht onderwijs en een sterke verbinding tussen opleiding en werkveld.
Docenten Nathan Godtschalk en Willem-Jacques van der Oest zijn blij met de verlenging: “Door deze samenwerking kunnen we studenten veel beter begeleiden in het werkveld en staan we dichter bij de dagelijkse praktijk”.
Diploma-uitreiking
Na de feestelijke opening volgde de diploma-uitreiking. “Alle studenten zijn dit jaar geslaagd. Een aantal hiervan gaat een vervolgopleiding doen bij mboRijnland, de rest gaat aan de slag bij een van de aangesloten bedrijven van de BVC”, aldus een van de trotse docenten.
Op 8 juli neemt Janine Warmerdam afscheid na 23 jaar mbo-onderwijs, ze gaat met pensioen. Van horecaondernemer in Leiden naar onderwijsdirecteur bij mboRijnland. Collega’s kennen haar als iemand die energie krijgt van ingewikkelde vraagstukken. “Ik houd van grote problemen”, zegt ze lachend. “Want juist dan kun je mooie stappen maken.”
Van horeca naar mbo
De nieuwsgierigheid voor het mbo ontstond al voordat ze het onderwijs inging. Samen met haar man runde ze een horecabedrijf in Leiden waar ook mbo-studenten werden opgeleid. “Ik ben gegrepen door die mbo-studenten. Ze zitten op een kantelpunt in hun leven. Als het goed gaat, kunnen ze enorme stappen zetten. Als het slecht gaat, kan het ook de andere kant opgaan. Bijdragen om hen een duwtje in de goede richting te geven, vind ik prachtig.”
Toen Janine besloot de overstap naar het onderwijs te maken, ging ze terug de schoolbanken in voor de lerarenopleiding. Al na een maand kreeg ze een telefoontje van ROC Leiden met de vraag of ze praktijklessen wilde geven. “Boeken vonden de studenten saai. Ik bedacht dat we ook praktijk in de aula konden oefenen met een bakkerijwinkeltje dat ik ergens uit de opslag tevoorschijn toverde. ”Dat bleek het begin van een loopbaan als instructeur, docent, projectleider, adviseur kwaliteitszorg, manager Onderwijs en uiteindelijk onderwijsdirecteur en programmadirecteur Flexpeditie.
Doe mij maar grote problemen
Vlak voor de fusie in 2017 was Janine zelfs tegelijkertijd directeur Onderwijs bij ROC Leiden en adjunct-directeur bij ID College. De afgelopen jaren leidde ze uiteenlopende verandertrajecten. Een van de grootste was de herstructurering van het onderwijsaanbod binnen College Techniek & ICT. “We hadden ooit ruim tachtig opleidingen, soms met maar een handvol studenten. Dat aantal is teruggebracht naar minder dan de helft, zonder verlies van studenten. Daar ben ik nog steeds trots op.”
“Ik houd van grote problemen, want dan kun je ook mooie stappen maken”, licht Janine toe. “Ik ben goed in het aanbrengen van structuur en duidelijkheid. Ik kan ook goed buiten de lijntjes kleuren, als de situatie het toelaat. Maar ik kan ook streng en duidelijk zijn. Zodra alles weer op zijn plek valt en de rust is teruggekeerd, krijg ik zin in een nieuwe uitdaging.”
Trots op één mboRijnland
“Ik ben het meest trots op dat we helemaal mboRijnland zijn. Er zit geen oud zeer meer. Dat merk ik door de hele organisatie.” De bereidheid om constant te willen verbeteren om het nóg beter te doen voor onze studenten, vindt ze ongekend. Volgens Janine vraagt goed onderwijs om voortdurend durven veranderen. Ze ziet dat de arbeidsmarkt steeds meer om specialisten vraagt, terwijl opleidingen tegelijkertijd breed genoeg moeten blijven om studenten flexibel inzetbaar te maken. “Je moet niet alleen naar losse opleidingen kijken, maar naar het totaalplaatje. Met een stevige basis en keuzedelen kunnen studenten zich specialiseren zonder dat je voor iedere richting een aparte opleiding nodig hebt.”
Toch is veranderen nooit eenvoudig. “Je hebt te maken met docenten die vanuit hun vak een enorme passie hebben. En terecht. Maar verandering gaat niet alleen over structuren, het gaat ook over mensen. Daarom bestaan er bijna nooit simpele oplossingen.”
Diezelfde overtuiging ligt ook onder haar inzet voor flexibel onderwijs, waar ze de afgelopen drie jaar nauw bij betrokken was als programmadirecteur. “De wereld staat niet stil en onze studenten zijn anders dan tien jaar geleden. Als je studenten goed wilt bedienen, moet je het onderwijs daarop aanpassen.” Ze ziet flexibel onderwijs niet als een trend, maar als een noodzakelijke ontwikkeling. “Uiteindelijk draait het maar om één vraag: halen studenten hun diploma? Dan moet het onderwijs aantrekkelijk, passend en toekomstbestendig zijn.”
Veranderen doe je samen
Minstens zo trots is ze op de ontwikkeling van de onderwijscatalogus, waarin onderwijsontwerp, roosters en exameninformatie samenkomen. “Alle onderwijsontwerpers en een aantal collega’s van (toen nog) Service & Support hebben bijgedragen aan het stap voor stap inrichten van de onderwijscatalogus. We hebben nu een systeem waar iedereen tot op de dag van vandaag blij mee is. En dat is alleen gelukt doordat collega’s vanuit allerlei disciplines samenwerkten. Je doet dit soort dingen nooit alleen.”
Samenwerking is misschien wel het woord dat het vaakst terugkomt in het gesprek. “Ik heb altijd genoten van het interdisciplinaire werken. Iedereen draagt iets bij: docenten, planners, ICT’ers, onderwijsontwerpers, ondersteunende collega’s. Juist door die verschillende perspectieven en expertises kom je verder.”
De mensen ga ik missen
Op de vraag wat ze het meest gaat missen, antwoordt Janine meteen: ”De mensen. Met z’n allen achter één doel staan: goed onderwijs voor onze studenten. Dat blijft bijzonder.”
Stilzitten na haar afscheid ziet ze niet gebeuren. Ze wil zich blijven inzetten als interim adviseur of projectleider, wanneer een opdracht haar aanspreekt. “Als het leuk is, doe ik het. Daar heb ik echt zin in, een kijkje nemen bij andere organisaties. Twee dagen of vijf dagen per week, dat maakt me niet uit. Ik zie wel wat er op mijn pad komt.”
Mooie herinneringen
In haar privéleven kiest Janine vooral voor herinneringen. Ze rijdt nog altijd in haar oude Volkswagen Cabrio. “Ieder jaar denk ik: ‘Koop ik een nieuwe auto of gaan we weer met de hele familie op vakantie?’ We zijn weer met zijn allen op vakantie gegaan, dus ik rijd nog steeds in die auto.” Ze voegt eraan toe: “Ik ben niet zo van spullen of status. Mensen en mooie herinneringen vind ik veel belangrijker.”
Stap af en toe uit de waan van de dag
Aan haar collega’s wil ze nog één advies meegeven. “Dwing jezelf om af en toe uit de waan van de dag te stappen. Kijk even van een afstand naar het geheel. Anders verlies je jezelf in kleine brandjes, terwijl je juist door overzicht te houden de organisatie echt verder kunt brengen.” Janine pakt zelf die momenten door in gesprek te gaan met mensen en haar ideeën te toetsen. Maar ook door in haar eentje op een stoel in de tuin te zitten en te bedenken of ze met de goede dingen bezig is.
Janine laat mboRijnland met een trots gevoel achter. Het is tijd voor een nieuw hoofdstuk.
Het eerste jaar van de samenwerking tussen mboRijnland en De Outlet van De Bosrand is een groot succes. Dit initiatief begon als een onderwijsconcept voor Entree-studenten (niveau 1) en uitgegroeid tot een inspirerende leeromgeving waarin studenten zich ontwikkelen tot zelfverzekerde vakmensen.
Contextrijk onderwijs
Aan het begin van dit studiejaar zijn tien studenten van de opleidingen Assistent Logistiek, Assistent Dienstverlening en Assistent Verkoop & Retail gestart op hun nieuwe leerwerkplek bij De Outlet van Tuincentrum De Bosrand in Alphen aan den Rijn. In een dynamische winkelomgeving volgen zij onderwijs en leren tegelijkertijd in de werkende praktijk.
Leren in een veilige praktijkomgeving
Binnen De Outlet van De Bosrand krijgen de studenten een eigen leerwerkplek: een vertrouwde omgeving waar zij kunnen oefenen, samenwerken en zichzelf ontwikkelen. De praktijkbegeleiding vanuit De Bosrand en de intensieve begeleiding vanuit mboRijnland zorgen voor een veilige basis waarin studenten durven te leren en fouten mogen maken. De combinatie van een vaste structuur, persoonlijke aandacht en praktijkervaring blijkt een belangrijke succesfactor.
“Wat mij het meest raakt, is hoe studenten hier zichtbaar zijn gegroeid in zelfvertrouwen en zelfstandigheid. Jongeren die eerder vastliepen, zien we hier echt opbloeien. Dat maakt dit traject voor mij zo bijzonder,” vertelt docent en slb’er Samantha van den Hoek-Mahalla.
Theorie en praktijk komen samen
Studenten leren niet alleen uit boeken, maar vooral door te doen. Van het bouwen en presenteren van aantrekkelijke verkoopopstellingen tot het monteren en bezorgen van tuinmeubelen en het adviseren van klanten: elke leertaak sluit direct aan op de praktijk. Niet alleen de vakvaardigheden groeien, maar ook het zelfvertrouwen van de student en de communicatieve en sociale vaardigheden richting de klant.
“Aan het begin vond ik het echt super eng om op klanten af te stappen. Maar gisteren heb ik een mevrouw geholpen met het uitzoeken van een hele tuinset mét bijpassende kussens.”
Een nieuwe kans voor studenten
De samenwerking geeft een nieuwe kans aan studenten die in het reguliere onderwijs of tijdens hun stage zijn vastgelopen. Studenten die moeite hebben met het vinden of behouden van een stageplek, een taalachterstand hebben of beter tot hun recht komen in een kleinschalige setting, vinden bij De Outlet een fijne leerwerkplek. Voor verschillende studenten betekent dit een succesvolle doorstart richting een diploma of vervolgopleiding.
De positieve resultaten zijn mede te danken aan de nauwe samenwerking tussen mboRijnland en De Bosrand. Er is ruimte om het onderwijs gezamenlijk vorm te geven en te verbeteren, met als uitgangspunt: wat heeft de student nodig om succesvol te zijn? Daarom kijken mboRijnland en De Bosrand met vertrouwen vooruit en zetten de samenwerking komend jaar voort. Ze onderzoeken de mogelijkheden om het onderwijs op de werkvloer op deze locatie verder uit te breiden, mogelijk ook voor niveau 2-opleidingen.
Merve Kiliç (32) is in de docentenkamer als haar teamleider ineens met een telefoon op haar af komt lopen. De winnaar van vorig jaar vertelt Merve dat ze is genomineerd voor de verkiezing Leraar het Jaar 2026 in de categorie mbo-docent. Een week later wordt ze opnieuw verrast; haar teamleider, collega’s en een aantal studenten staan opeens met taart in haar klas terwijl ze aan het lesgeven is. Voor Merve is dat het moment waarop haar nominatie écht begint te landen.
“Het voelt echt als een enorme eer,” vertelt Merve. “In de meivakantie had ik wel even tijd nodig om het een plek te geven. Maar inmiddels besef ik steeds meer hoeveel waardering hierin zit.”
Over Leraar van het Jaar
De verkiezing Leraar van het Jaar bestaat sinds 1999 en zet inspirerende onderwijsprofessionals in de schijnwerpers. Jaarlijks worden leraren uit het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en mbo genomineerd. De verkiezing wordt georganiseerd door de Stichting Leraren van het Jaar, in samenwerking met onder meer het ministerie van OCW en de Nationale Onderwijsweek. Een jury van oud-prijswinnaars selecteert eerst per sector een top 10. Daarna kiest een beroepsjury drie finalisten per sector, waarna in oktober tijdens het Lerarencongres de winnaars bekend worden gemaakt.
Wie Merve heeft genomineerd, weet ze niet. “Ik heb echt rondgevraagd,” lacht ze. “Maar iedereen zegt oprecht dat ze het niet zijn geweest.” Dat blijft dus nog even gissen.
Belevingswereld studenten
Wat haar bijzonder maakt als docent? Daar heeft ze de afgelopen weken veel over nagedacht. “Ik probeer altijd aan te sluiten op de belevingswereld van studenten,” vertelt ze. “Burgerschap kan voor studenten soms voelen als: waarom moet ik dit leren? Dus ik maak het vak heel concreet. Bij de gemeenteraadsverkiezingen vertel ik studenten dat die gaan over thema’s als wonen, openbaar vervoer, uitgaan, kortom hun dagelijks leven. Dan merken studenten ineens: dit gaat óók over mij en overwegen ze eerder om te gaan stemmen.”
Actueel onderwijs en veilig leerklimaat
Actualiteit speelt een grote rol in haar lessen. Een lesplan kan zomaar veranderen als er iets speelt in het nieuws. “Studenten komen vaak zelf binnen met vragen, zoals over het recente virus op het cruiseschip. Dan moet je daar ruimte voor maken, dat maakt onderwijs juist levendig.”
Daarnaast vindt Merve het belangrijk om moeilijke onderwerpen niet uit de weg te gaan. “Bij burgerschap gaat het over meningen, perspectieven en respect voor elkaar. Dan moet je zorgen voor een veilig leerklimaat. Pas als studenten zich veilig voelen, durven ze echt het gesprek aan, zoals over geld of lenen. We besteden vanuit de projectgroep Basisvaardigheden, waar ik deel van uitmaak, veel aandacht aan financiële educatie, bijvoorbeeld tijdens de Week van het Geld.”
Die aanpak blijft niet onopgemerkt. Ook collega’s weten haar inmiddels te vinden voor advies over lastige gesprekken of activerende werkvormen. “Soms hoor ik terug dat studenten ineens actief meedoen in lessen waar ze normaal stil zijn. Dat vind ik mooi.”
Start in de modewereld
Dat onderwijs haar passie zou worden, had Merve jaren geleden niet gedacht. Zelf begint ze op het mbo, bij een modeopleiding in Amsterdam. Daarna werkt ze in de mode- en theaterwereld, onder meer backstage bij modeshows en producties. Daarnaast werkt ze als visual merchandiser en richt etalages in bij de Bijenkorf. Door haar stagiaire ontdekt ze hoe leuk ze het vindt om kennis over te dragen. “Ik kreeg er energie van. Toen dacht ik: misschien moet ik hier iets mee.”
Merve gaat gastlessen geven op de school waar ze het modevak heeft geleerd. Via de lerarenopleiding Omgangskunde komt Merve uiteindelijk in het mbo terecht. Sinds 2018 werkt ze als docent burgerschap bij de opleidingen Doktersassistent en Apothekersassistent in Leiden.
Ondertussen zit Merve allesbehalve stil. Ze rondt deze zomer haar master Onderwijs en Technologie af, met een focus op digitale geletterdheid en mediawijsheid. “Ik vind het belangrijk dat studenten kritisch leren kijken naar informatie en digitale systemen, zeker in de zorg.”
Voor de volgende ronde van de verkiezing wacht haar een uitgebreid traject met opdrachten, video’s en motivatiebrieven. Alles moet voor 1 juli worden aangeleverd. In september wordt bekend welke drie docenten per sector doorgaan naar de finale. Op 5 oktober wordt de winnaar bekendgemaakt tijdens Het Lerarencongres.
Of Merve zichzelf al ziet winnen? Daar blijft ze bescheiden onder. “In de top 10 zitten vind ik al een overwinning en een eer. Dat betekent al heel veel voor me.”
Lees ook de column van journalist Janet de Vos over haar nominatie in AD Groene Hart.
Positieve ontwikkeling zichtbaar in regionale samenwerking en binnen onderwijsinstelling
De voorlopige cijfers van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) over schooljaar 2024–2025 laten zien dat het percentage van studenten die voortijdig stoppen met hun opleiding (VSV) verder daalt in de regio’s waarin mboRijnland actief is. In drie van de vier regio’s waar mboRijnland onderwijs aanbiedt – Utrecht, Zuid-Holland Noord en Haaglanden – daalde het totale VSV-percentage ten opzichte van vorig jaar. Ook binnen mboRijnland zet de dalende trend door.
Saskia Schenning, bestuurslid mboRijnland: “We zijn enorm blij dat de VSV-cijfers in onze regio’s een daling laten zien. We doen in samenwerking met onze partners alles om onze studenten zo goed mogelijk te begeleiden tijdens hun opleiding en hen te behouden voor het onderwijs.”
mboRijnland neemt deel aan vier regionale programma’s Voortijdig Schoolverlaten en Duurzaam Werk: in Utrecht, Zuid-Holland Oost, Zuid-Holland Noord en Haaglanden. Binnen deze samenwerkingen werken onderwijsinstellingen, gemeenten, Doorstroompunten en arbeidsmarktregio’s gezamenlijk aan het voorkomen van schooluitval en het begeleiden van jongeren naar onderwijs, werk en een duurzame toekomst.
Sterke regionale resultaten
De regionale cijfers laten zien dat alle vier de regio’s beter of vergelijkbaar presteren met het landelijke gemiddelde van 2,29 procent. Vooral de mbo-resultaten laten een duidelijke verbetering zien: in alle vier de regio’s daalde het VSV-percentage binnen het mbo ten opzichte van vorig jaar.
Zuid-Holland Oost, Zuid-Holland Noord en Utrecht behoren bovendien tot de vijf best presterende regio’s van Nederland. Haaglanden liet van de vier regio’s de grootste daling zien binnen het mbo, met een afname van 0,69 procentpunt.
Positieve ontwikkeling binnen mboRijnland
Ook mboRijnland zelf laat opnieuw een duidelijke daling zien van het aantal voortijdig schoolverlaters. Het totale VSV-percentage (mbo en vavo samen) daalde van 6,50 procent in 2023–2024 naar 5,77 procent in 2024–2025. Daarmee zet mboRijnland de positieve lijn van de afgelopen jaren voort. In twee jaar tijd daalde het percentage met ruim 1,2 procentpunt.
Binnen het mbo daalde het percentage van 6,47 naar 5,74 procent. Ook binnen het vavo is een daling zichtbaar: van 7,09 naar 6,43 procent. Intensieve begeleiding van studenten, een positief pedagogisch klimaat en sterke regionale samenwerking dragen bij aan deze positieve ontwikkeling.
Samenwerking maakt verschil
De regionale programma’s richten zich op het voorkomen van uitval én het bieden van perspectief aan jongeren. Daarbij wordt samengewerkt aan doorlopende leerlijnen, overstapbegeleiding en ondersteuning richting werk of vervolgonderwijs.
Daarnaast investeert mboRijnland in begeleiding binnen de school, onder andere via jongerenwerkers, schoolpsychologen, overstapcoaches en aanvullende ondersteuning vanuit het regionaal programma. Speciale aandacht blijft nodig voor jongeren in een kwetsbare positie, zoals studenten van de entreeopleidingen.
De voorlopige cijfers bevestigen dat de gezamenlijke aanpak van onderwijsinstellingen, gemeenten en regionale partners bijdraagt aan het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en het versterken van kansen voor jongeren in de regio.
In Leiden groeit de instroom van leerlingen voor de internationale schakelklas (ISK). De jongeren vanaf 16 jaar krijgen les bij mboRijnland. Om voor deze specifieke groep jongeren goed onderwijs te kunnen verzorgen, werkt mboRijnland nauw samen met het Da Vinci College ISK, gemeente Leiden en arbeidsmarktregio Holland Rijnland.
Maatschappelijke rol
mboRijnland is blij om in Leiden invulling te kunnen geven aan zijn maatschappelijke rol door jongeren onderwijs te geven, die nieuw zijn in Nederland zijn. In Zoetermeer verzorgt de mbo-instelling al jaren onderwijs aan nieuwkomers van 16 jaar en ouder. mboRijnland vindt het belangrijk dat jongeren in Nederland gelijke kansen krijgen op het gebied van onderwijs en stages om straks een passende en duurzame plek in vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt te vervullen.
Mirjam Manni, onderwijsdirecteur College Start-Up mboRijnland: “Na een succesvolle start begint vandaag een tweede groep van vijftig ISK-leerlingen bij ons. We heten de jongeren van harte welkom en wensen hun een goede tijd. We ondersteunen en begeleiden hen zo goed mogelijk bij het leren van de Nederlandse taal en straks bij het vervolgonderwijs. Zo bouwen we samen met onze partners aan een inclusieve samenleving met gelijke kansen voor iedereen.”
Gelijke kansen voor alle kinderen
De samenwerking met Da Vinci College ISK, gemeente Leiden en arbeidsmarktregio Holland Rijnland versterkt het regionale netwerk en verbetert de doorstroommogelijkheden voor deze leerlingen. De nieuwe locatie creëert ruimte voor maatwerk en flexibele instroomroutes, waardoor mboRijnland beter kan aansluiten bij de specifieke behoeften van ISK-leerlingen.
De Leidse wethouder Abdelhaq Jermoumi (Kansengelijkheid, Jeugd en Onderwijs): “We mogen ons in Leiden gelukkig prijzen met scholen als mboRijnland en Da Vinci Scholengroep die het ISK-onderwijs organiseren voor leerlingen in Leiden die wonen in een AZC. Ik vind het belangrijk dat alle kinderen, waar zij ook vandaan komen, de kans krijgen om hun talenten tot ontwikkeling te laten komen. In deze ISK-klas kunnen de leerlingen de Nederlandse taal verder leren en aan hun toekomst werken. Ik ben trots op de samenwerking met al deze partijen die het aangedurfd hebben om dit nieuwe aanbod in korte tijd te ontwikkelen en op te zetten. Zo bieden we met elkaar gelijke kansen voor álle kinderen en bouwen we samen aan een stad waarin iedereen mee kan doen.”
Passende onderwijsplek
Regio Holland Rijnland staat voor de uitdaging om voldoende onderwijsplekken te realiseren voor anderstalige nieuwkomers van 16 jaar en ouder. De bestaande ISK-scholen, waaronder Da Vinci College ISK en ISK Duin- en Bollenstreek, erkennen dat door de toenemende vraag meer onderwijsplekken nodig zijn voor deze groep leerlingen. Een 16+ locatie sluit goed aan bij de behoeften van deze groep en stelt de scholen in staat zich sterker te specialiseren in passend onderwijs, met daarbij specifieke aandacht voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling.
Maartje Couck, plaatsvervangend directeur Da Vinci College ISK: ‘We zijn blij dat we meer leerlingen een goede passende onderwijsplek kunnen bieden door het creëren van extra onderwijsplaatsen bij mboRijnland. Leerlingen van 16 jaar en ouder hebben wat anders nodig dan leerlingen van 12 jaar: ze zijn al verder in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hebben baat bij meer stages en praktijkvakken. Hier kan het mbo goed op inspelen en ook genoeg ruimte blijven bieden aan het ontwikkelen van de basisvaardigheden. Door deze samenwerking kunnen we ook NT2-talent in de regio meer behouden.’
Soepele overgang vervolgonderwijs
Met dit initiatief vergroten de betrokken partijen het aantal onderwijsplekken en wordt de overgang naar vervolgonderwijs soepeler. Zo ontstaat een leeromgeving die beter aansluit bij de ontwikkelingsfase van deze doelgroep. Bovendien breidt mboRijnland met deze ISK-locatie de NT2-expertise van de onderwijsprofessionals uit.
Afgelopen week stond mboRijnland locatie Lammenschans in het teken van ondernemerschap tijdens de Week van het Ondernemen. Van maandag 23 tot en met donderdag 26 maart namen rond de 1000 studenten deel aan een veelzijdig programma in LLokaal met inspirerende workshops en gesprekken met jonge ondernemers. De week sloot af met een startersmarkt en Meet & Greet met jonge ondernemers.
Zouhair el Atmioui, docent Marketing & Sales op locatie Woerden, bezocht met zijn studenten zowel maandag als donderdag de activiteiten in Leiden. “Mijn studenten staan op een kruispunt in hun leven,” vertelt hij. “Ze vragen zich af: ga ik straks werken, doorleren of een eigen bedrijf starten? En wat is daarvoor nodig? De ondernemers die hier aanwezig zijn, hebben diezelfde vragen gehad en dezelfde stappen doorlopen. Ze kunnen vanuit hun eigen ervaring het beste antwoord geven op deze vragen.”
Workshops en waardevolle ontmoetingen
Van maandag tot en met donderdag was een afwisselend programma-aanbod. Studenten bezochten workshops als ‘Kun je rijk worden door hard skills?” en ‘Online impact’ en gingen in gesprek met mbo’er Jamal Lachkar die meerdere eigen bedrijfjes startte en studenten inspireert en helpt met het opzetten van een eigen bedrijf. Donderdag startte met nieuwe workshoprondes, gevolgd door een afsluitende Meet & Greet in de middag. Tijdens deze sessie gingen studenten in gesprek met jonge ondernemers uit diverse sectoren. Er werd open gesproken over kansen, uitdagingen, do’s en don’ts van het ondernemerschap, en er was volop ruimte om te netwerken en ervaringen uit te wisselen.
Voor Lars Amersfoort (18), derdejaars student International Business Studies in Woerden, was de dag waardevol. Naast zijn studie runt hij al een eigen onderneming in verpakkings- en beschermingsmaterialen voor de industriële, maritieme en transportsector. “Ik heb leuke gesprekken gehad, mensen ontmoet en genetwerkt,” vertelt hij. “Ook is mijn interesse gewekt voor de zorgsector, waar misschien kansen liggen voor mijn bedrijf.”
Ontdekken wat je wilt en kunt
Niet alle studenten hebben hun plannen al zo concreet als Lars. Veel deelnemers bevinden zich nog in de ideeën- of opstartfase. Juist zij konden tijdens de Week van het Ondernemen in aanraking komen met het ontdekken en ontwikkelen van ondernemende vaardigheden en onderzoeken wat bij hen past.
Tijdens de afsluiting vroeg medeorganisator Sander Kuin van PLNT Leiden de ondernemers welk gesprek hen het meest was bijgebleven. “Ondanks dat studenten zeggen dat ze niet weten wat ze willen, blijkt in gesprekken dat ze dat vaak toch wel doen,” was de reactie van één van de ondernemers. Een andere ondernemer vertelde zelfs mogelijk samen te gaan werken met een van de studenten. Sander sloot de week af met een duidelijke boodschap aan de studenten: “Weet dat je gezien bent, er wordt naar je geluisterd, je doet ertoe.”
Voor de studenten is ter voorbereiding en afsluiting van Week van het Ondernemen een game ‘Onderneempad’ ontwikkeld. Met een week vol mooie workshops, inspiratie, nieuwe inzichten en waardevolle contacten kijken zowel de organisatoren, studenten en docenten terug op een geslaagde editie van de Week van het Ondernemen.
De Week van het Ondernemen werd georganiseerd door de Community van mboRijnland en PLNT Leiden met medewerking van een aantal ondernemers zoals bv. Life after School en CareerSkills.
Achttien studenten van mboRijnland hebben de afgelopen twee dagen hun skills en vakmanschap laten zien tijdens Skills The Finals, het slotdeel van Skills Heroes. Ze streden om de titel ‘Kampioen van Nederland in hun vakgebied’. De Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch waren het podium van deze bruisende en inspirerende finalewedstrijden.
Ruim 600 vmbo’ers en mbo’ers trokken afgelopen twee dagen alles uit de kast om hun talent, skills en vakmanschap te laten zien. Ze kregen uiteenlopende opdrachten, hielden presentaties, werkten met modellen en speelden rollenspellen met acteurs. Ze spraken al hun creativiteit en vindingrijkheid aan om oplossingen te bedenken voor uitdagende en onverwachte situaties en vraagstukken.
Zo kregen de Beveiligers en Handhavers Toezicht en Veiligheid de opdracht om de rust en orde te bewaken tijdens een gesimuleerd evenement. Het feest met een volkszanger liep uit de hand en de deelnemers werden geacht professioneel en adequaat op te treden. De studenten werden beoordeeld op hun vakkennis, samenwerking, communicatie en stressbestendigheid. Ian en Thijs deden het goed en behaalden een bronzen medaille.
Ian en Thijs – Handhaver Toezicht en Veiligheid – brons
Bambi Langenhuizen – Doktersassistent – brons
Sprakeloos
Odine Riethoff uit Buitenkaag kon haar blijdschap niet op. Ze straalde van oor tot oor toen duidelijk werd dat ze goud had gewonnen in de categorie Tandartsassistent: “Ik weet niet wat ik moet zeggen, ik ben echt sprakeloos.” Ook haar begeleider Tatiana Winklaar had er geen woorden voor: “Geweldig, sinds oktober zijn we ons al aan het voorbereiden op deze wedstrijden. Kwalificeren voor de finale was al een prestatie en nu goud! Ik ben zo ontzettend trots op Odine, heb er echt geen woorden voor!”
Dat gold ook voor Tess van Zijderveldt uit Boskoop, die goud won in de categorie Verpleegkundige. “Ik had het zo niet verwacht, het gaat als een waas langs me heen”, aldus een van blijdschap geëmotioneerde Tess meteen na afloop van de prijsuitreiking. Ook haar begeleider Paula Elbers was trots op haar student: “Tess bleef tijdens de wedstrijden erg relaxed, dat was mooi om te zien.”
Goud voor Powered by
Net als vorig jaar behaalde mboRijnland goud in de categorie Sport en Bewegen van de Powered By-wedstrijd. Tim van Tilburg nam een enorme beachflag mee het podium op en stond te stralen met zijn gouden medaille: “Echt prachtig dat het is gelukt om op het podium te komen. Ik had na mijn wedstrijd twijfels of het ging lukken, maar ik ben super trots dat ik hier nu sta en dan ook nog met een gouden medaille!”
Ook Sabine Mandersloot was trots en erg blij met haar gouden medaille in de categorie Helpende Zorg & Welzijn van de Powerd by-wedstrijd.
Powered by’-wedstrijden (PB) moeten zich een aantal jaar bewijzen om officieel te worden toegevoegd aan de Skills Heroes wedstrijden. De wedstrijden werden voorafgaand aan de finales bij een van de mbo’s op locatie gehouden. Vrijdagavond hoorden de winnaars pas op het podium of ze goud, zilver of brons hadden gewonnen.
Intensieve voorbereiding
De finalisten hebben de afgelopen maanden samen met hun docenten en begeleiders een intensief traject doorlopen. Na de voorrondes en kwalificatiewedstrijden, waarin zij zich bij de beste acht van Nederland plaatsten, volgde een gerichte voorbereiding met veel trainingsuren en een teambuildingdag in aanloop naar de finales.
Trots op skills
Tijdens deze landelijke vakwedstrijden laten de studenten zien wat ze kunnen in hun vakgebied. mboRijnland vindt het belangrijk dat vakmanschap met deze landelijke wedstrijden onder de aandacht worden gebracht. Mbo’ers mogen trots zijn op hun skills en vakkennis.
Over Skills Heroes
Skills Heroes zijn de vakwedstrijden voor het mbo. De studenten strijden tijdens voorrondes en kwalificatiewedstrijden tegen studenten in hun vakgebied van andere mbo’s. De beste acht kandidaten gaan door naar de finales. De vakwedstrijden zijn gebaseerd op de kwalificatiedossiers en kunnen worden opgenomen in het onderwijsprogramma. Dit maakt deelname aan Skills Heroes voor mbo-studenten een bijzondere, unieke nabootsing van de praktijk en een waardevolle voorbereiding op de arbeidsmarkt. Kijk voor meer informatie op www.worldskillsnetherlands.nl
Sinds de start in 2017 is mboRijnland partner van het LEF, het Leiden Education FieldLab. Die samenwerking kreeg ruim een jaar geleden een nieuwe impuls toen het LEF introk in LLokaal, de leer- en werkomgeving van mboRijnland aan het Bètaplein in Leiden. Wat begon als een praktische oplossing voor een huisvestingsvraagstuk, is inmiddels uitgegroeid tot een krachtige katalysator voor ontmoeting, samenwerking en innovatie.
Volgens Sanne van der Linden, proceshouder het LEF, was de zoektocht naar een vaste plek al langer gaande. “Vanaf het begin stelden we ons de vraag: blijven we een rondreizend netwerk of kiezen we voor een fysieke plek? Uiteindelijk werd duidelijk dat een vaste basis essentieel is — een soort huiskamer voor de Leidse onderwijsprofessional.” Na meerdere tijdelijke locaties in zeven jaar tijd bracht een aflopend huurcontract de noodzaak om opnieuw te moeten verhuizen in een stroomversnelling. “Inhoudelijk waren we al langer hiernaartoe aan het bewegen”, licht Sanne toe.
Vakmanschap en praktijkkennis onmisbaar
Die beweging werd al vroeg herkend door Otto Jelsma, voormalig bestuursvoorzitter van mboRijnland. Voor mboRijnland paste de inhuizing perfect bij een bredere ambitie: het mbo steviger positioneren in de stad en als volwaardige partner in het Leidse kennis- en innovatienetwerk. Opvolger Frans Möhring ziet dat effect inmiddels duidelijk terug. “Waar het mbo vroeger soms letterlijk en figuurlijk aan de rand zat, zie je nu dat vakmanschap en praktijkkennis onmisbaar zijn voor de stad en de regio. Deze plek maakt dat zichtbaar.”
Sinds de komst van het LEF in LLokaal is de verbinding tussen mboRijnland en andere partners merkbaar intensiever geworden. Docenten sluiten gemakkelijker aan bij uiteenlopende vraagstukken, practoraten en lectoraten weten elkaar sneller te vinden en het mbo wordt vanzelfsprekender betrokken bij nieuwe projecten en initiatieven. Sanne: “Eerst lag de nadruk op het organiseren van de samenwerking. Nu dat staat, kunnen we ons veel meer richten op de inhoud en hoe we daarin samen optrekken.”
Die inhoudelijke samenwerking krijgt inmiddels concreet vorm. Zo presenteerde projectleider Michel van Duijn de Loopbaan Experience — een interactieve installatie die studenten helpt nadenken over hun toekomst — aan de LEF-verkenners. Het idee is om dit concept door te ontwikkelen zodat ook leerlingen uit het voortgezet onderwijs en hbo-studenten er gebruik van kunnen maken. “Hoe mooi zou het zijn als jongeren uit verschillende onderwijsniveaus zich hier oriënteren op hun volgende stap?” aldus Sanne.
Verbinding tussen mensen en ideeën
De impact zit niet alleen in formele projecten, maar juist ook in het informele. LLokaal bevindt zich midden in een leerwerkbedrijf waar studenten koffie schenken, broodjes smeren en mediaproducties verzorgen. Dat zorgt voor een levendige dynamiek. Medewerkers van het Grand Café merken dat dagelijks: er lopen voortdurend mensen in en uit, spreken af, drinken koffie en raken in gesprek. “Voor je het weet ontstaat er verbinding tussen mensen en ideeën,” zegt Sanne enthousiast. “Dat is precies de rol van LLokaal met LEF.”
“Die onderwijsenergie is uniek en duidelijk voelbaar zodra je LLokaal binnenstapt, dat doet iets met het enthousiasme, de ambities en innovatiekracht in het onderwijs”, vult Frans aan.
De samenwerking kende in het begin ook frictie. De flexibele werkwijze van het LEF botste bij de start met de meer gestructureerde processen die horen bij een onderwijsomgeving met studenten. “Dat schuren was intens, maar ook nodig,” blikt Sanne terug. “We hebben echt tijd genomen om van ‘wij en zij’ naar ‘wij samen’ te groeien.” Inmiddels ervaren partners de plek als open, toegankelijk en betekenisvol.
Mooie mijlpalen
Het afgelopen jaar kende bovendien een aantal zichtbare successen en mijlpalen: de gezamenlijke kick-off in LLokaal van Leiden Nationale Onderwijsstad 2025 met een livestream op meerdere locaties, en het Nationale Onderwijsstad-diner in LLokaal met LEF, verzorgd door mbo-studenten van de opleidingen Kok en Gastheer/Gastvrouw. “Dit alles is mede mogelijk gemaakt door de verbindende kracht van de gemeente Leiden”, vult Sanne aan. “Zij spelen een belangrijke rol in de doorontwikkeling van LLokaal met LEF.”
De gemeente ziet duidelijk een toegevoegde waarde van LLokaal met LEF. “Als kennisstad staan we voor samenwerking, vernieuwing en trots op ons onderwijs. LEF laat in LLokaal zien hoe verbinding tussen onderwijs, onderzoek en praktijk leidt tot innovatiekracht voor onze stad,” aldus wethouder kennis Wietske Veltman.
Tegelijkertijd kijken de partners vooruit. Er is commitment van 27 organisaties voor de volgende LEF-fase (2026–2030) en er wordt gewerkt aan een meerjarig huurcontract. De uitdaging ligt nu in het verder verdiepen van de samenwerking: welke ontmoetingen willen partners organiseren, hoe krijgt Leven Lang Ontwikkelen (LLO) concreet vorm, en hoe kan het doen van onderzoek binnen de broedplaats functie van het LEF sterker worden neergezet?
Ambities en dromen
Frans ziet daarnaast kansen om het concept uit te breiden. “Hoe mooi zou het zijn om ook in onze andere vestigingsplaatsen ontmoetingsplekken zoals LLokaal met LEF te creëren?” Sanne droomt ondertussen van nieuwe verbindende initiatieven, zoals een onderwijsfestival op het Bètaplein met alle bedrijven en kennisinstellingen die daar zitten.
Zo groeit LLokaal met LEF steeds verder uit tot een plek waar onderwijs samen wordt gemaakt, gedragen en ontwikkeld – zichtbaar en voelbaar, en midden in de stad Leiden.
Tweedejaars studenten van de opleiding Technicus Engineering van mboRijnland in Leiden werken aan een bijzonder project met een maatschappelijke impact. In samenwerking met Practica Foundation hebben zij ontwerpen gemaakt voor een eenvoudige wasmachine, bedoeld voor kleine bedrijfjes in Afrika. Met deze wasmachine kunnen lokale ondernemers tegen betaling wasdiensten aanbieden en zo voor hun eigen inkomen zorgen.
Het project bevindt zich in de opstartfase. In deze fase ligt de nadruk niet op één definitief product, maar op het ontwikkelen van meerdere ontwerpen. Deze ontwerpen vormen de basis voor gesprekken met de uiteindelijke gebruikers. Door hen vroeg te betrekken, wil Practica Foundation beter begrijpen wat in de praktijk werkt en wat niet.
Prototypes maken
De studenten zijn aan de slag gegaan met de eerste prototypes. Zo moest de wasmachine robuust zijn, eenvoudig te onderhouden en geschikt voor gebruik in gebieden waar weinig of geen elektriciteit is. Ook de kosten, materiaalkeuze en of de machine makkelijk te repareren is, speelden een belangrijke rol in het ontwerpproces. Vanuit deze eisen hebben de studenten verschillende concepten uitgewerkt, elk met een eigen benadering en technische oplossing.
Volgens Practica Foundation is deze manier van werken essentieel. “Zeker in het begin is het onduidelijk wat aansluit bij de Afrikaanse context. Daarom betrekken we de eindgebruikers al vroeg in het ontwerpproces en dat begint vaak met het gezamenlijk oriënteren van oplossingen waarbij verschillende prototypes worden vergeleken”, aldus Thirza Hol van Practica Foundation. “Ons uitgangspunt is dat uit elke innovatie lokaal kleine ondernemingen kunnen ontstaan. Zo weten we dat de innovatie schaalbaar is.”
“De complexiteit zat in de eenvoud – de studenten moesten met een zo eenvoudig mogelijk ontwerp een zo groot mogelijke impact maken. En dat bleek een hele uitdaging die mooi past binnen de opleiding waarin studenten technische producten leren ontwerpen”, licht André de Wijs, docent mboRijnland, toe.
Waardevolle leerervaring
Voor de studenten is het project een waardevolle leerervaring. Ze passen hun technische kennis toe op een realistisch vraagstuk en leren tegelijkertijd rekening te houden met sociale, economische en culturele factoren. Het project vraagt niet alleen om technische creativiteit, maar ook om nadenken over gebruiksgemak en impact op het dagelijks leven van de gebruiker.
De komende periode worden de ontwerpen verder besproken en aangescherpt. Hiervoor gaat de Practica Foundation met de toekomstige gebruikers in gesprek. De samenwerking smaakt naar meer en onderzocht wordt welke toekomstige projecten opgepakt kunnen worden. Met dit project laat mboRijnland zien hoe technisch onderwijs kan bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken, ook internationaal.
Wij gebruiken cookies om de website te verbeteren en om gepersonaliseerde inhoud en advertenties aan te bieden. Met cookies verzamelen wij informatie over jou en volgen we jouw internetgedrag binnen. Hiermee passen wij onze website en communicatie aan op jouw voorkeuren. Ook kunnen we zo gerichte advertenties laten zien op basis van jouw recente internetgedrag.
Functioneel
Always active
Functionele cookies helpen een website bruikbaar te houden, door basisfuncties als paginanavigatie en toegang tot beveiligde gedeelten van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet naar behoren werken.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Analytisch
Deze cookies worden gebruikt om te zien hoe bezoekers de website gebruiken, bijv. analytische cookies. Deze cookies kunnen niet worden gebruikt om een bepaalde bezoeker direct te identificeren.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers te volgen wanneer ze verschillende websites bezoeken. Hun doel is advertenties weergeven die zijn toegesneden op en relevant zijn voor de individuele gebruiker.