Op dinsdag 11 maart heeft mboRijnland de opening van het Cyber Security Living Lab gevierd. Het Cyber Security Living Lab (CSLL) is een experimentele omgeving waar studenten, onderzoekers, bedrijven, publieke instellingen en eindgebruikers samenwerken om nieuwe ideeën, producten en diensten op het gebied van cybersecurity te ontwikkelen, testen en evalueren in de praktijk. Een samenwerking met De Haagse Hogeschool en de Dutch Innovation Factory (DIF) waar werken en leren aan de versterking van digitale weerbaarheid tegen cyberdreigingen centraal staat.
Sinds de start van het Cyber Security Living Lab, afgelopen november, werken en leren studenten van mboRijnland binnen de excellent opleiding System Engineer Cybersecurity samen met het hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo). Inmiddels zijn de eerste projecten opgeleverd en hebben studenten een netwerk ingericht en de bijbehorende beveiligingsmaatregelen geïmplementeerd. Door in teams te werken, doen ze praktijkervaring op over netwerkbeveiliging en systeembeheer.
Waardevolle samenwerkingen
Ruben Bostelaar, onderwijskundig teamleider ICT Gouda en mede-initiatiefnemer, is trots op de realisatie van deze leeromgeving waar het onderwijs en het bedrijfsleven samenkomen. “Door mbo-, hbo- en wo-studenten te verbinden, ontstaan waardevolle samenwerkingen en leermomenten. Door middel van innovatieve experimenten en onderzoek leren onze studenten effectief te reageren op cyberdreigingen en risico’s te beheren.“
Na een korte presentatie volgde een rondetafelgesprek met docenten en studenten van mboRijnland over het belang van de mbo-opleiding Cyber Security, de aansluiting tussen het mbo en hbo en onderwijsvernieuwing door te experimenteren.
Student Simra vertelt dat ze bewust voor deze opleiding heeft gekozen omdat ze de beveiligingskant heel erg interessant vindt en omdat ze graag meer wil leren over hoe dit ‘aan de achterkant’ werkt. Docent Onno Flach vult aan dat er tijdens het traject vooral ook wordt ingezet op een stukje bewustwording bij studenten. “Cybersecurity is een trend die niet meer weggaat en het is belangrijk dat onze studenten bewust worden van de verschillende bedreigingen en hoe we daar mee om moeten gaan, hoe je veilig een netwerk inricht op basis van profielen en welke rechten daarbij horen. Op deze manier kunnen we samenwerken aan de toekomst van cyberveiligheid.”
Veel van elkaar leren
Ook Peter Roelofsma, lector lector Risk Management & Cyber Security aan De Haagse Hogeschool, en één van de tafelgasten, is blij met de samenwerking met het mbo: “We hebben de afgelopen periode al heel veel van elkaar geleerd, van bekabeling tot praktische vaardigheden. En heel mooi dat we dat samen doen bij de Dutch Innovation Factory, het ICT-clubhuis van Zoetermeer en omgeving.”
Met het Cyber Security Living Lab zetten de partijen (mboRijnland, De Haagse Hogeschool en Dutch Innovation Factory) een belangrijke stap in de aansluiting tussen onderwijs en het bedrijfsleven binnen de cybersecuritysector. Geen enkele organisatie kan op zichzelf cyberweerbaar blijven. Organisaties worden daarvoor steeds afhankelijker van elkaar. Wederzijdse samenwerking, coördinatie en communicatie met betrekking tot cyber-risicomanagement worden steeds belangrijker. Co-creatie van cybersecurity is volgens de drie partijen hard nodig om onze samenleving in de toekomst voldoende cyberweerbaar te houden.




De studenten Vera en Jolinde (winnares van de Hennie de Wijs prijs) beten het spits af en vertelden over de Smart Building Challenge waaraan ze hadden meegedaan en de duurzame materialen en oplossingen die ze hadden bedacht voor het bouwen van een woning. Ze lieten hun maquette zien van een woning bestaande uit meerdere koppelbare elementen, gerecycled materiaal en beton van olifantengras. Rob Jetten vroeg zich af of een duurzaam gebouwde woning nu ook goedkoper is. Jolinde gaf aan dat het nu nog wat duurder is, omdat nog veel onderzoek en tijd zit in het uitzoeken welke materialen en constructies goed werken en welke niet. Ze ziet op termijn wel dat deze manier van bouwen de toekomst is.



Op de Boerhaavelaan komen ook leerlingen van basisscholen om kennis te maken met de beroepen in de bouw en installatie. Zo kunnen we jonge leerlingen enthousiasmeren voor een vervolgopleiding in die richting. Wat je niet kent, kun je immers niet kiezen. Er is dan ook een stevige verbinding met STO-Zoetermeer. De leerlingen uit het basisonderwijs mochten via een prijsvraag voorstellen doen voor de naam van de nieuwe locatie. Uit alle inzendingen werd ‘Techniekplein Zoetermeer’ gekozen.



Arianne Riedijk, projectleider van het Experimenteerhuis: “Het Experimenteerhuis is een nagebootst woonhuis met zorgtechnologie. Hier worden studenten voorbereid op hun toekomstige werk in de zorgsector. Naast inwoners komen ook leerlingen uit het voortgezet onderwijs en hbo-studenten regelmatig langs om kennis te maken met zorgtechnologie. Ook de wijkregisseur van Zoetermeer en ouderenadviseurs van InZet werken mee om de behoeften in de wijken te signaleren. De KLEP-lunch is hier sinds kort een onderdeel van. Tijdens een lekkere lunch in het buurtcentrum gaan we met elkaar in gesprek over onze gezondheid en wat ons helpt om gezond te blijven.”
De eerste reactie van Jolinde: “I



Jeroen Luitjes van Metaverses: “Wij hebben op dit moment een opdracht bij een grote landelijke opdrachtgever. Een van de middelen die we hiervoor nodig hebben, is uitgedacht, maar moet nog een werkend product worden. Deze hackathon is voor ons een ideale gelegenheid om vernieuwende ideeën van studenten echt in bedrijf te brengen.”

Tijdens de kick-off staat kennisdelen tussen de leerlingen en studenten centraal. Ze gaan verdeeld in verschillende workshops met elkaar in gesprek, maar ook met ervaringsdeskundigen. Want, eten zonder handen, daar weten Robin en Sana door hun spierziekte alles van. “Ik heb wel een robotarm, maar omdat deze heel traag werkt, is mijn eten na drie happen al koud”, vertelt Sana. Robin: “Soep eten of een tompouce is al helemaal niet te doen.” Ze zijn dan ook blij met de zorgchallenge Eten zonder handen. Een verzoek hebben ze ook: “We willen zelfstandig kunnen eten, zonder hulp van anderen. En het liefst ook buiten de deur.”



